De Vlaamse regering keurde vrijdag voor de tweede maal het ontwerp goed voor de wijziging van het Vlaamse mediadecreet, in de aanloop naar de nieuwe grote erkenningsronde voor de lokale radio’s en de netwerkradio’s. Wij kijken naar de belangrijkste wijzigingen.
In het aangepaste ontwerp houdt minister van Media Cieltje Van Achter rekening met de adviezen en de input van de sector. Op enkele punten worden aanpassingen gedaan aan het oorspronkelijke ontwerp, terwijl andere voorstellen expliciet worden afgewezen. De documenten werden vanmiddag openbaar gemaakt.
Concrete aanpassingen aan het ontwerp
Een eerste opmerkelijke wijziging betreft de regeling rond gemeenschappelijke programmatie bij lokale radio’s. In het oorspronkelijke ontwerp mochten lokale zenders maximaal twaalf uur per week identieke programma’s uitzenden, maar niet gelijktijdig. Dat wordt aangepast: simultane uitzending wordt voortaan toegestaan, maar het maximum wordt verlaagd naar tien uur per week. De regering wil daarmee enerzijds lokale zenders meer flexibiliteit geven, maar tegelijk ketenvorming beperken.
Specifiek voor aanvragen die op landelijke DAB+ betrekking hebben vervalt de verplichting om bij een aanvraag al gedetailleerde informatie te geven over de zendinfrastructuur. Dat is immers niet realistisch omdat DAB+-omroepen pas na hun erkenning gezamenlijk de technische uitrol bepalen.
Verder wordt de formulering rond muziekverplichtingen voor digitale landelijke zenders aangepast. De passage die de Vlaamse regering toeliet om percentages ‘Vlaamse muziekproducties’ (lees: muziekproducties waarbij minstens een Vlaming betrokken is) te bepalen, wordt uit het decreet geschrapt. De concrete invulling zal later via uitvoeringsbesluiten gebeuren.
Inhoudelijk wordt een versoepeling doorgevoerd voor nieuwsvoorziening. Landelijke en netwerkradio’s mogen hun journaals voortaan laten verzorgen door een externe redactie, zolang die onder leiding staat van een hoofdredacteur en werkt volgens een redactiestatuut. De eerdere eis dat het nieuws uitsluitend door een eigen redactie moest worden geproduceerd, vervalt.
In het ontwerp wordt tevens ingeschreven dat ook de FM-uitzendingen van de VRT expliciet worden gekoppeld aan een toekomstige FM-afschakeling, om elke onduidelijkheid daarover te vermijden.
Een opvallende wijziging betreft de regeling voor restcapaciteit op DAB+-multiplexen. In het eerste ontwerp stond al een concrete regeling in het decreet zelf, maar de minister ziet nu zelf in dat die te veel onduidelijkheden te bevatte. Daarom wordt dat artikel aangepast: in plaats van een gedetailleerde regeling in het decreet krijgt de Vlaamse regering de bevoegdheid om via een uitvoeringsbesluit te bepalen hoe restcapaciteit op multiplexen kan worden ingevuld.
Een bijkomende aanpassing volgt uit opmerkingen van “een aanbieder van radio-transmissiediensten die actief is in Vlaanderen en Nederland”. Die wees op mogelijke problemen bij het nieuwe omroepmodel voor DAB+, waarbij verschillende omroepen verplicht moeten samenwerken binnen een multiplex.
Het ontwerp voorziet nu dat wanneer omroepen er niet in slagen tijdig een samenwerkingsovereenkomst te sluiten, een verplichte bemiddelingsprocedure kan worden opgestart (zoals ook in Nederland bestaat). De verdere invulling van die procedure zal door de Vlaamse regering worden vastgelegd. Dit moet vermijden dat conflicten tussen vergunninghouders leiden tot vertragingen of zelfs etherstilte. Ook de in het eerste ontwerp voorziene termijn van één jaar, om tot een onderling akkoord te komen, wordt geschrapt.
Beleidskeuzes die overeind blijven
Op tal van punten houdt minister Van Achter echter vast aan de oorspronkelijke beleidslijn. Zo blijft de verplichting om in het Nederlands uit te zenden behouden voor erkende radio-omroeporganisaties. Hoewel uitzonderingen theoretisch mogelijk blijven, worden geen specifieke criteria in het decreet opgenomen. De regering wil een ruime beoordelingsmarge behouden bij toekomstige beslissingen.
Ook de verplichting tot nieuwsvoorziening blijft een centraal element in de erkenningsvoorwaarden. Alle radioproducten die een erkenning voor een landelijke DAB+ willen aanvragen zullen daaraan moeten voldoen. Volgens de regering rechtvaardigt de schaarste van radiofrequenties dat omroepen bijdragen aan betrouwbare informatievoorziening.
Voor enkele bestaande producten op de huidige Vlaamse commerciële DAB+ lijken die twee belangrijke verplichtingen een behoorlijke pad in de korf. We denken hierbij aan Radio Maria, dat momenteel (nog) geen nieuwsuitzendingen brengt, maar vooral aan de Engelstalige producten Tomorrowland One World Radio en BBC World Service.
Voor de lokale radio’s die zowel via FM als DAB+ willen uitzenden wordt in de nieuwe versie van het wijzigingsdecreet verduidelijkt dat ze in de praktijk slechts één geïntegreerde erkenningsaanvraag moeten indienen. Wie al een FM-erkenning aanvraagt, wordt vrijgesteld van een aparte deelname aan de digitale erkenningsronde.
Lokale radio’s worden echter geenszins verplicht om tegelijk via FM en DAB+ uit te zenden. Zo’n simulcastverplichting zou volgens de minister, die zich hiervoor wél baseert op de Radiostudie, vooral voor kleinere zenders een te zware financiële last vormen. Het wordt daarnaast, voor het eerst, wel mogelijk om als lokale radio enkel een licentie aan te vragen voor DAB+.
Een voorspelbare oproep uit de lokale radiosector, om erkenningen automatisch te verlengen tot de uiteindelijke FM-afschakeling, wordt – al even voorspelbaar – afgewezen. “Frequenties blijven schaarse middelen die periodiek opnieuw aan de markt moeten worden aangeboden.”
Een suggestie om bestaande DAB+-spelers extra punten te geven voor eerdere investeringen of ervaring wordt niet weerhouden. Volgens de minister zou dat ingaan tegen het principe van een open en competitieve erkenningsronde.
Ook het voorstel om een lichte (“light”) erkenningsprocedure rechtstreeks in het decreet op te nemen, wordt niet gevolgd omdat zulke procedure eventueel later via uitvoeringsbesluiten kan worden geregeld.
Digitalisering van radio
Het wijzigingsdecreet moet onder meer de overstap mogelijk maken van een operator- naar een omroepmodel voor DAB+, waarbij de frequentierechten dus rechtstreeks bij de omroepen terechtkomen in plaats van bij netwerkexploitanten. Minister Van Achter erkent dat dit zeker geen eenvoudige oefening zal worden.
Daarnaast creëert het decreet nieuwe categorieën zoals digitale landelijke en digitale lokale radio-omroepen en moet het de toekomstige erkenningsrondes voorbereiden. De geplande nieuwe erkenningsperiode gaat in op 1 januari 2028.
Wat met Qmusic, JOE en Nostalgie?
Overigens is het nog steeds geen uitgemaakte zaak dat de FM-vergunningen van Qmusic, JOE en Nostalgie, de drie landelijke commerciële radio’s op FM, worden verlengd. In principe hebben zij momenteel nog een erkenning tot eind 2027, maar zoals bekend voorziet het decreet de mogelijkheid om die met drie jaar te verlengen. “Zoals artikel 134, § 1 van het mediadecreet bepaalt, is de verlenging van de erkenningen afhankelijk van twee factoren: enerzijds het tijdstip van de FM-afschakeling en anderzijds het verzoek tot verlenging van de erkende landelijke radio-omroeporganisaties”, aldus de minister.
Met andere woorden: die drie jaar extra dienden enkel in de veronderstelling dat het eind 2030 dan definitief zou afgelopen zijn met FM. Nu die initiële einddatum, die nog werd vastgelegd door de vorige minister Benjamin Dalle, door de huidige minister zelf al de facto werd opgeheven – er komt volgens Cieltje Van Achter enkel een “marktgedreven” einde aan FM – heeft de minister zichzelf wellicht juridisch vastgereden. Er wordt immers niet meer voldaan aan de belangrijkste voorwaarde: het definitieve einde van FM vanaf 2031. Benieuwd hoe de minister zich hieruit zal wringen.

















