RadioVisie

  • .
    .

Hans Knot in 1971: IKOR, voetbal op TV en het hersenspinsel Radio Marina

In het weekend van 20 januari 1971 vierde het IKOR – de stichting die het interkerkelijk overleg in radio-aangelegenheden behartigde, voortgekomen uit de voormalige Oecumenische Raad van Kerken in Nederland – zijn 25-jarig bestaan. De viering vond plaats in Hilversum, waar het IKOR toen als zelfstandige zendgemachtigde opereerde.

Tijdens die jubileumviering werd echter al duidelijk dat een zesde lustrum er vermoedelijk niet meer in zat. Achter de schermen liepen namelijk gesprekken met andere kerkelijke zendgemachtigden over een mogelijke fusie. In een toespraak liet J.W. de Haan, directeur radio en algemene zaken, weten dat hij optimistisch was over de toekomst van het Convent van Kerken en dat de samenwerking met de RKK waarschijnlijk een andere vorm zou krijgen.

In 1971 beschikte het IKOR over drie uur radiozendtijd per week en 46 uur televisiezendtijd per jaar. Het zou inderdaad niet tot een zesde lustrum komen: op 1 januari 1976 werd de samenwerking met het Convent van Kerken een feit en ontstond de IKON – Interkerkelijke Omroep Nederland.

Offshore radio en journalistieke verwarring

In de derde week van januari 1971 verscheen in de kranten van de GPD (Gemeenschappelijke Persdienst) een opmerkelijk bericht, afkomstig van een correspondent in Brussel. Het luidde als volgt:

‘De piratenzender Radio Marina, die in mei 1970 een slechte start maakte en slechts een paar uur in de ether bleef, gaat weer uitzenden. Het schip zelf is nog niet gereed, maar de zendmaatschappij Free Broadcasting Production International (die weer nauwe relaties met de Engelse Free Radio Organisation schijnt te onderhouden) gaat samenwerken met Radio Nordsee. Het zendschip MEBO II van Radio Nordsee is onlangs versleept naar een ankerpositie in de buurt van Cadzand’.

‘Van 15 februari af zal Radio Nordsee aan Radio Marina zendtijd verschaffen, iedere dag van 08.00 tot 20.00 uur op golflengte 244 meter. Het programma zal pop- en lichte muziek bevatten. Radio Marina ligt thans nog in het dok. Het schip zal vermoedelijk half april ook in de buurt van Cadzand voor anker kunnen gaan. Het zou in de bedoeling liggen van FRO eveneens de in juni 1970 bij Noordwijk gestrande King David van Capital Radio weer in de lucht te brengen.’

Achteraf bezien is dit een schoolvoorbeeld van geschiedenisvervalsing. In het bericht wordt gesproken over maar liefst drie zendschepen. De MEBO II van Radio Nordsee Internationaal bestond uiteraard wel en was inderdaad zuidwaarts gevaren nadat de zender in september 1970 voor het laatst te horen was geweest. In februari 1971 zouden de uitzendingen opnieuw starten, maar dan voor de kust van Scheveningen, niet bij Cadzand.

Het tweede zendschip, dat eveneens bij Cadzand voor anker zou gaan, heeft simpelweg nooit bestaan. Het derde schip, de King David van Capital Radio, was bovendien niet in juni 1970, maar in november 1970 bij Noordwijk gestrand. Vermoedelijk heeft iemand binnen een Vlaamse organisatie voor vrije radio destijds zijn fantasie iets te veel de vrije loop gelaten.

Voetbal op televisie: toen en nu

Wie vandaag, anno 2026, door de tientallen televisiezenders zapt, ziet op vrijwel elk moment van de dag wel ergens een voetbalwedstrijd – live of in herhaling. Miljoenen euro’s aan uitzendrechten wisselen dagelijks van eigenaar. Begin jaren zeventig zag de wereld er totaal anders uit.

Neem Nederland als voorbeeld. Begin januari 1971 werd bekend dat het NOS-bestuur zich zou buigen over een voorstel voor een nieuwe betalingsregeling voor het uitzenden van voetbalflitsen op zondagavond. Indien goedgekeurd, zou de NOS voor twee seizoenen 800.000 gulden aan de KNVB betalen. De overeenkomst ging met terugwerkende kracht in per 1 augustus 1970. Zes ton werd direct betaald, terwijl de resterende 200.000 gulden over anderhalf jaar werd uitgesmeerd. Over deze bedragen bestond volledige overeenstemming tussen de onderhandelingsdelegaties van KNVB en NOS.

Daarmee leek een einde te komen aan het slepende conflict tussen beide organisaties. In het voorafgaande seizoen betaalde de NOS nog 250.000 gulden. De KNVB wilde dit bedrag verdriedubbelen, terwijl de NOS aanvankelijk niet verder wilde gaan dan 300.000 gulden per seizoen, of 1 miljoen voor drie seizoenen – een voorstel dat door de KNVB werd afgewezen.

Beide partijen kregen tot 1 januari 1971 de tijd om tot overeenstemming te komen. Ondanks grote meningsverschillen werd die deadline nét gehaald. Eén obstakel bleef: de Raad van Bestuur van de NOS moest de overeenkomst nog goedkeuren.

Op 9 januari 1971 werd uiteindelijk bekendgemaakt dat er een definitief akkoord lag. Dit alles speelde zich af in een tijd zonder kabelpakketten of satelliettelevisie. Volledige voetbalwedstrijden op televisie waren zeldzaam en vaak werd pas vlak voor de aftrap besloten of een wedstrijd überhaupt zou worden uitgezonden.

Kritiek en afspraken

Een minderheid binnen het NOS-bestuur verzette zich tegen de overeenkomst. De kern van hun bezwaar: het nieuwe bedrag zou niet voldoende onderbouwd zijn met feiten. Volgens hen kon de Raad van Beheer niet duidelijk maken hoe men tot dit bedrag was gekomen.

Tijdens een gezamenlijke persconferentie van KNVB en NOS lichtte J.W. Rengelink, destijds programmacommissaris televisie, toe dat de NOS zich zou beperken tot drie samenvattingen van maximaal vijftien minuten per zondagavond. Daarnaast kreeg de omroep de vrijheid om kosteloos flitsen van maximaal drie minuten per wedstrijd uit te zenden. Die regeling sloot aan bij internationaal geldende afspraken en garandeerde de NOS vrije toegang tot velden en stadions.

De rechten werden bovendien uitgebreid: de NOS mocht ook competitie- en bekerwedstrijden buiten de zondag uitzenden. Voor de radio werden flitsen toegestaan tot 16.00 uur, met een maximale duur van 90 seconden, eveneens zonder betaling.

Dit alles was mede bedoeld om te voorkomen dat supporters zouden wegblijven uit de stadions. Nu, 55 jaar later, weten we dat die vrees ongegrond was. Ondanks het enorme aanbod aan voetbal via televisie – vaak achter een betaalmuur – zitten stadions nog steeds vol. Sterker nog: bij veel clubs maken grote aantallen seizoenkaarthouders het voor anderen juist moeilijk om bij belangrijke wedstrijden nog een kaartje te bemachtigen.


Inschrijven
Abonneren op
guest

0 Reacties
Inline feedback
Bekijk alle reacties
Populair bij RadioVisie
Don`t copy text!
0
Deel hier gerust uw gedachtenx