We keren terug naar onder meer 1968, een tijd waarin het uitgaansleven in Amsterdam ook buiten de hoofdstad tot de verbeelding sprak. Als noordeling – ik ben een Groninger – hoorde je destijds verhalen over wat er zich ’s avonds en ’s nachts allemaal afspeelde in de stad. Eerder schreef ik al over de officiële opening van Paradiso in 1968, toen hét uitgaanscentrum voor de jeugd.
De ‘pleintjes’ van Amsterdam
Wijlen collega Rob Olthof woonde toen in Amsterdam en nam ons mee naar de opening en het eerste jaar van deze legendarische poptempel. Daar traden de grote bands op. Rob zag er onder meer Cuby and the Blizzards, een jonge formatie met de naam Pink Floyd, The Moody Blues en Groep 1850.
Paradiso was niet alleen een plek om muziek te beleven, maar ook om gezien te worden. Bekende figuren doken er regelmatig op. Zo herinnerde Rob zich hoe kapper Mario Welman ooit in een badkuip midden op het podium zat. Phil Bloom, bekend van haar naaktoptreden op de VPRO-televisie, danste er rond. Ook Koos Zwart en Marjolein Kuysten van het toenmalige blad ‘Hitweek’ waren er vaste gezichten.

Maar het Amsterdamse uitgaansleven speelde zich niet alleen in Paradiso af. Drie pleinen waren van cruciaal belang: het Leidseplein, het Rembrandtplein en het daaraan grenzende Thorbeckeplein. Over dat laatste vertelde Rob: “Als je het in die tijd had over het Thorbeckeplein – en deels ook het Rembrandtplein – dan viel al snel de naam van Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders, beter bekend als Dorus.”
Kees Manders bezat een indrukwekkend aantal uitgaansgelegenheden. Tot zijn imperium behoorden onder meer clubs als Moulin Rouge, La Dolce Vita, Playboy’s Oriental Club, het Rocco Roulette Casino en de Phono Bar. Het Thorbeckeplein werd niet voor niets het ‘hitsige brandpunt’ van Amsterdam genoemd. Een groot deel van de zaken was in handen van Manders.
Eieren in meerder mandjes
Kees Manders was om meerdere redenen bekend. Hij was getrouwd met Rika Jansen aka Zwarte Riek, een zangeres van het levenslied, die succes had met onder meer ‘Mijn wiegie was een stijfselkissie’. Het leven als horecaondernemer was echter niet altijd eenvoudig. In sommige clubs werd de mogelijkheid geboden zich terug te trekken met een van de gastdames. Het viel de penoze op. Die bood ‘bescherming’ aan in ruil voor geld. Manders weigerde, hield stand en wist zijn imperium ondanks alles verder uit te bouwen.
Manders stond bekend als publiciteitsgevoelig en was dan ook regelmatig te vinden in kranten als ‘Nieuws van de Dag’ en ‘De Telegraaf’. Hij vertelde graag zijn succesverhaal. In een interview zei hij: “Ik liep in 1958 langs op het Thorbeckeplein en ging een volkse kroeg binnen met de naam ’t Uiltje. Ik huurde die van de eigenaresse met het idee het volkse karakter te behouden. Daarom liet ik mijn geliefde Zwarte Riek smartlappen zingen.”


Moeizame start
Afpersingspraktijken en dreigementen waren orde van de dag. Maar Manders weigerde zich te laten intimideren. Het liep uit op een flinke rel, maar daarna bleef het rustig. Hij besloot ’t Uiltje uiteindelijk te kopen en grondig te verbouwen. Zo ontstond Cave Toulouse-Lautrec, zijn eerste onderneming op het Thorbeckeplein.
In 1968 was Kees Manders 54 jaar en een bekende naam geworden. Hij had zich in de loop der jaren bewezen als revueartiest, tekstschrijver, zanger, showman, decorontwerper en vooral als succesvol horecaondernemer. In het begin van de jaren zestig was het bijna wekelijks raak. Kranten berichtten over alweer een nieuwe aankoop op het Rembrandtplein of het Thorbeckeplein.
Eén van die zaken was de Phono Bar, die hij zelf omschreef als de eerste discobar van Nederland. De zaak opende in 1959 en werd razend populair bij jongeren. Bezoekers mochten hun eigen platen meenemen om die te laten draaien voor een publiek van gelijkgestemden. Manders pochte graag dat hij de eerste in Nederland was waar platen centraal stonden. Een ontwikkeling die later zou uitmonden in discotheken en drive-in shows.
Uiltje wordt Moulin Rouge
Op een gegeven moment gooide Manders het roer om bij ’t Uiltje. De zaak werd meer gericht op vermogende mannen en ingehuurde vrouwen. Namen als Chinese Annie en Blonde Dolly deden de ronde. Zwarte Riek ging voortaan door het leven als Rika Jansen en ’t Uiltje werd omgedoopt tot Moulin Rouge.

De start van Moulin Rouge was lastig. De introductie van striptease sloeg aanvankelijk niet aan in Amsterdam. Het publiek was het niet gewend en de weerstand was groot. Pas toen buitenlandse bezoekers hun weg naar de club vonden, begon het te lopen. Volgens de overlevering had Manders voor de opening vier danseressen gecontracteerd, maar geen van hen kwam opdagen. Uiteindelijk trad één dame op, die niet verder wilde gaan dan haar bikini. Manders presenteerde haar als ‘Miss Bikini’ en had opnieuw een vondst te pakken.
Rond 1967 maakte hij van de Moulin Rouge een exclusieve club door de prijzen fors te verhogen. Consumpties begonnen bij tien gulden, een astronomisch bedrag voor die tijd, zeker voor een glas pils. Manders vertelde in interviews graag smakelijke anekdotes. Zo was er de avond waarop een keurig geklede man binnenkwam en meerdere rondjes voor de hele zaak betaalde. Toen Manders vroeg tussentijds te incasseren, stelde de chef-kelner hem gerust: de man had een groen briefje van duizend gulden in zijn portefeuille. Later bleek dat briefje het bewijs te zijn van zijn opname in een psychiatrische inrichting.
Kaping MEBO II
Ook na 1968 bleef Kees Manders de publiciteit zoeken. In augustus 1970 verklaarde hij dat hij was misleid door Erwin Meister en Edwin Bollier, directieleden van Radio Nordsee International. Zij zouden hem hebben beloofd directeur te maken van een Nederlandse afdeling van RNI. Toen die belofte volgens Manders niet werd nagekomen, besloot hij samen met zijn broer Tom en enkele vrienden – onder wie ir. Heerema – de zee op te gaan met het plan de het zendschip MEBO II te kapen en naar Nederland te slepen. Wat mislukte, maar de publiciteit was enorm. Sommige kranten spraken smalend van een ‘operette op zee’. De audio-opname van deze bijzondere 29 augustus 1970, de uitzendingen met het live verslag van de gebeurtenissen, gingen immers gewoon door, kan u hieronder beluisteren.
Cornelis Petrus Antonius (Kees) Manders werd geboren in 1913 in Leiden en overleed in 1979 op 65-jarige leeftijd.
° Foto bovenaan: Kees Manders aan boord van de Mebo II (Collectie André Lieberom / Genootschap Oud Zandvoort)


















