We schrijven juni 1973. In Den Haag werd steeds duidelijker dat een meerderheid van de Nederlandse parlementariërs maatregelen tegen de zeezenders wilde invoeren. Dat moest gebeuren via een aanpassing van de bestaande wetgeving én via bekrachtiging van het Verdrag van Straatsburg uit 1965. Dat verdrag was al door veel landen geratificeerd, maar vereiste nationale wetsaanpassingen. In Nederland was dat tot dan nog niet gebeurd.
Bij Radio Noordzee Internationaal, de Nederlandstalige tak van Radio Northsea International, besloot men niet te wachten. Vanuit de studio in Naarden werd een grootschalige actie opgezet. Het land moest massaal lid worden van het station. Het doel? In de toekomst een plek veroveren binnen het publieke omroepbestel. Voor vijf gulden kon je je steun betuigen aan je favoriete zender, net zoals dat bij Radio Veronica mogelijk was. Stickers werden in grote oplage verspreid, ingevuld en opgestuurd. Kosten noch moeite werden gespaard om het luisterpubliek te mobiliseren.
De karavaan en de 220 meter
Dagenlang waren er live-uitzendingen vanaf het zendschip MEBO II. Tegelijk trok de radiokaravaan met tientallen auto’s het land in. Het autorijschool-team van Seven Club uit Rotterdam-Schiedam, met onder anderen Rob van der Palm en Rob Slotemaker, deed winkelcentra aan om nieuwe leden te werven. Op de 220 meter werd regelmatig gemeld waar het team zich bevond. Promotiemedewerkers deelden stickers uit, bedoeld om luisteraars warm te maken voor dat lidmaatschap van vijf gulden.




Ook in het noorden van het land zat men niet stil. In mei 1973 was een RNI-dubbel-lp verschenen, geproduceerd door Jacob Kokje en mezelf. In Groningen doken we het uitgaansleven in, destijds van acht uur ’s avonds tot ongeveer één uur ’s nachts. Discotheken als Jolly Joker, Blow Up en Time Out werden bezocht om rode stickers te verspreiden. De volgende avond volgden Royal York en Just Fancy in Winschoten. Wat het concreet aan nieuwe leden opleverde? Dat blijft een open vraag.
De jingles van Ferry Maat
Bij het terugdenken aan ‘Hou ’m in de lucht’ klinken vooral de jingles weer in mijn hoofd. Ze werden speciaal voor de actie gemaakt, met grote dank aan Ferry Maat, die later nog talloze memorabele jingles zou produceren in binnen- en buitenland.
Het besluit van minister Van Doorn
Op 4 januari 1975 maakte de toenmalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Harry van Doorn, duidelijk dat er voor Radio Noordzee Internationaal geen plaats was binnen het publieke omroepbestel. De aanvraag werd afgewezen omdat de stichting RTV Noordzee niet voldeed aan drie van de acht eisen uit de Omroepwet.
Volgens ministerieel onderzoek beschikte de organisatie bijlange na niet over de vereiste 15.000 leden die er nodig waren om te kunnen starten als aspirant-omroep. Van de ruim 26.000 opgegeven namen bleek 65% niet ingeschreven bij de Dienst Omroepbijdrage. Het betrof vooral thuiswonende jongeren; juridisch telde alleen het gezinshoofd mee.
Van Doorn – met een verleden bij de publieke katholieke omroepvereniging KRO – voerde meer argumenten aan. Een steekproef wees volgens hem uit dat er onvoldoende geldige leden waren. Daarnaast achtte hij de stichting vanuit cultuurbeleid onvoldoende gekwalificeerd en twijfelde hij eraan of RTV Noordzee niet uit was op winstbejag.



De teleurstelling was groot. John de Mol, toen directeur van het radiostation, wist op 4 januari 1975 nog niet of er beroep zou worden aangetekend. Hij gaf aan de argumentatie pas in handen te hebben en nog niet te weten op welke 9.500 leden de steekproef precies was gebaseerd.
“We hadden erop gegokt dat meer dan de helft zou kunnen meetellen,” stelde hij. “We waren selectief bij het accepteren van leden en hebben ons gedistantieerd van al te tomeloze ledenwerving door anderen. Bovendien hebben we duidelijk gemaakt dat de stichting volledig losstaat van het Strengholt-concern.”
Wat bleef
‘Hou ’m in de lucht’ leverde uiteindelijk geen publieke omroepstatus op voor het originele RNI. Later volgden nog pogingen om onder dezelfde naam radio te maken aan land, maar voor de echte fans van de periode 1971-1974 voelde dat niet alleen wrang aan, het werd vaak gezien als een bleke kopie van wat ooit was. Soms is vijf gulden niet genoeg om geschiedenis te keren.




















