Nostalgische column Hans Knot (11) Zo was het toevallig ook nog eens een keer... in beeld

Leestijd: 6 minuten

We gaan naar een opmerkelijke aanklacht die op 14 maart 1967 door de 44-jarige scheepselektricien De Jager afkomstig uit Rotterdam, werd ingediend tegen de toenmalige minister van Cultuur, Mevr. Magda Klompé. Wat was het geval? De Nederlandse regering had niet lang daarvoor de weg vrijgemaakt voor het invoeren van reclame via de televisie, toen nog in zwart/wit. Volgens De Jager was er duidelijk sprake van huisvredebreuk omdat de reclame ongevraagd bij zijn gezin de huiskamer binnenkwam.

Daarom had hij besloten om een klacht in te dienen bij de verantwoordelijken, met als ‘hoofddader’ de minister van Cultuur. De man was van mening dat hij als televisiebezitter gekend had moeten worden in de beslissing om reclame op zijn beeldbuis te brengen. Het argument van het omdraaien van de knoppen, zodat niets meer te zien zou zijn, ging voor hem niet op. Hij beriep zich op het gegeven dat het telkens in- en uitschakelen van de televisie, als er weer een blok reclame de kamer werd in geslingerd, de slijtage van het televisietoestel zou bevorderen.


Lees verder onder de advertentie


Het anti-reclame apparaatje

Uiteraard sprongen diverse journalisten op dit onderwerp want het was – zeker voor die tijd – opmerkelijk dat er op deze manier publiciteit werd gezocht. De Jager stelde verder dat niemand van de tv-bezitter kon eisen tijdelijk het toestel uit te zetten als de STER weer voorbijkwam. Wel had hij een idee dat hij graag wenste te delen. Hij was namelijk van mening dat vanuit de organisatie, die de reclameblokken beheerde en uitzond, de televisiebezitters die verschoond wensten te blijven van de reclame, financieel in staat gesteld dienden te worden een apparaatje te kopen. Dit zou aan hun tv-toestel kunnen worden gekoppeld waarbij het apparaat automatisch zou worden uitgeschakeld als de reclameblokken zouden werden geprogrammeerd.

De aanklacht was volgens de scheepselektricien nodig om via de rechtelijke macht een uitspraak af te dwingen die hem erkende als bezitter van een televisietoestel. Het bezitten van een dergelijke ontvanger gaf, volgens hem, ook het recht om mee te bepalen wat hij te zien zou krijgen. Wel voegde hij eraan toe dat hij het afdwingen van een gerechtelijke uitspraak zo lang mogelijk zou uitstellen, zodat er ruimte zou zijn voor de STER en de overheid om serieus op zijn voorstel in te gaan.

Al eerder geprobeerd

Het bleek dat De Jager in 1963 al was begonnen met het benaderen van de regering en het Parlement, maar dat deze pogingen hem niets hadden opgeleverd. Dat gaf hij in 1967 grif toe. Ook stelde hij dat de aangifte en de eventuele gevolgen het laatste was wat hij zou ondernemen als het om de reclame op de televisie zou gaan. Als reden dat hij al vier jaar met de actie bezig was, en de enige in zijn soort bleek te zijn, deed hij af door te stellen dat hij eenmaal was begonnen met het initiatief en dat het laf zou zijn om er niet mee door te gaan.

Hij liet ook noteren dat hij de enige eigenaar van een tv-toestel was in Nederland die vocht voor de rechten die zijn bezit, het televisietoestel, hem bood. In 1963 had hij al een paar keer de kranten gehaald middels de oprichting van een coöperatieve vereniging van televisiebezitters, waarbij hij wilde dat de iedereen inspraak kon krijgen op de programma’s die hij wenste te zien.


Een heel klein beetje kleur

Omdat we het toch nostalgisch over de televisie hebben dan ook maar even een kijkje nemen in de maand mei 1968, een jaar nadat De Jager voor het laatst zijn kritiek in diverse kranten liet optekenen. In 1967 was er slechts de mogelijkheid om Nederland 1 en Nederland 2 te bekijken, waarbij het aantal uren zeer gelimiteerd was. Alles werd nog in zwart/wit uitgezonden. Kleurentelevisie op experimentele basis, werd pas eind augustus 1967 realiteit toen op de Firato in Amsterdam dit voor het eerst werkelijkheid werd.



Er werd in Nederland wel al gesproken over eventuele bekabeling of gezamenlijke ontvangst via Centrale Antenne Systemen (CAS), maar de officiële wetgeving belemmerde een gezonde ontwikkeling. En dus kwam in mei 1968 de oplossing van betere televisieontvangst en keuzemogelijkheden van buitenlandse stations ter discussie. Ook in de Tweede Kamer waren er voorstellen waarin versoepeling van de wetgeving ter sprake kwamen.

Discussie nà discussie

Een discussie was nodig om te kunnen overgaan tot een eventuele wetswijziging. Het kwam er echter niet van omdat de speciale Kamercommissie, die zich met omroepzaken bezighield, uitstel had gevraagd om op die manier met de Minister van Cultuur uitgebreid te kunnen praten over de laatste technische ontwikkelingen op ontvangstgebied.

Was er andermaal sprake van een remmende factor waarbij de toenmalige politieke partijen de weg wilden afsnijden voor de invoering van het CAS-systeem? Men kon zich zelfs afvragen of op langere termijn het Centrale Antenne Systeem niet achterhaald zou zijn. Er waren voor die tijd al technische proeven geweest waarover in twee PTT-rapporten de verantwoordelijke organisatie voor eventuele verspreiding van kabelsignalen, optimistisch was gerapporteerd.

In een van beide rapporten schatte men de landelijke invoering van het CAS, in 1964 door koningin Juliana in haar troonrede reeds aangekondigd, toen op vijf tot tien jaar. De kosten raamde men in 1964 op honderd miljoen gulden. In het rapport van 1967 zou realisering vijfmaal zo veel financiering vergen. Wel stelde men dat de CAS landelijk geregeld binnen tien jaar even noodlijdend zou zijn als de radiodistributie (draadomroep) in 1967 al was.

TV-signalen vanuit de ruimte

En dan waren er ook al de berichten over de toekomst van de satelliettelevisie. In 1963 was het slechts mogelijk gedurende twintig minuten per etmaal, via de enige televisiesatelliet (Telstar), beelden door te sturen omdat die satelliet in een baan om de aarde draaide. In 1967 waren de mogelijkheden al veel verder ontwikkeld en kon men 24 uur per etmaal televisie via een satelliet in de huiskamer brengen. Dit was mogelijk door de satellieten in een geo-stationaire baan te laten draaien. 

Maar daarmee was regelmatige satellietontvangst nog niet mogelijk. Die uitzendingen konden in 1967 enkel door de grote grondstations in Engeland en Frankrijk worden opgepikt, die de beelden eventueel relayeerden tegen forste betalingen. Wel werd er al gewerkt aan de mogelijkheid om directe ontvangst via een eigen antenne, mogelijk te maken. De gedachte was dat slechts een extra versterker nodig zou zijn voor ontvangst van goede signalen in de huiskamers.

En we gaan weer discussiëren 

Maar was Nederland wel tevreden met de eventuele toewijzing van de exploitatie van de CAS aan de Cazema, zoals de plannen vanuit de regering duidelijk maakten? Deze onderneming was een dochter van de Nozema (Nederlandse Omroep Zender Maatschappij), die op haar beurt voor 60% in handen was van het staatsbedrijf PTT. Het resterende percentage zat verdeeld bij de toenmalige omroepverenigingen. Uiteraard rees daarbij de vraag wie de meeste touwtjes in handen zou krijgen en wie ging uitmaken welke programma’s al dan niet zouden worden doorgegeven via de CAS.

En natuurlijk was het voor vele Nederlanders die de druk van de toenmalige regeringen meer dan zat waren en liever een democratische vorm van bestuurders zouden zien, de vraag of er geen sprake zou zijn van censuur. Uiteindelijk zou het nog duren tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw vooraleer er een kabelsysteem kwam en de kijker druppelsgewijs televisie vanuit het buitenland kon zien. Tot diep in de jaren tachtig duurde het vooraleer er sprake was van echte satelliettelevisie. Ook daar waren de nodige discussie, verboden en wetgeving aan vooraf gegaan.

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

De Playa Papers – 11 (audio en Baffle 21) ‘Onweerswolken’ in Play de Aro In september 1976 was ik met Frans aan een nieuwe Spaanse werkvakantie toe. Zo enthousiast bij het vertrek en aankomst, zo ontnuchterend bleek de sfeer na enkele dagen in Playa de ...
Het Vinylmoment van Manneke Pop – 35 (video) Chris Rainbow: Give Me What I Cry For Heb ik je al verteld over de rituelen aan boord van een zendschip? Ik dacht het niet. Bij Radio Caroline presenteerde ik op woensdagmiddag het programma ‘School’s out’, nadien heb ...
Nostalgische column Hans Knot – 38 (audio) De vele (radio)levens van Willem van Koot... In deze aflevering van de 'Nostalgische Column' neem ik je mee naar de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw. In de maand februari 1972 maakte Willem van Kooten bekend dat hij b...
Plaatje maar weer (29) VTM maakt eigen nieuws Dat toen de radiostations vanaf zee hun eigen nieuws maakten, verjaardag vierden, van ankers sloegen, in brand vlogen en overvallen werden, had alles te maken met hun status. Comme...
De Playa Papers – 10 (audio) Een kwestie ven elektriciteit Eigenlijk is het te gek om vertellen. De eerste nieuwe reeks programma's dreigde hopeloos te laat te komen bij gebrek aan... elektriciteit. De opnames zouden gebeuren met de appara...
Het vinylmoment van Manneke Pop – 34 (video) ‘It doesn't mean a thing, if you cant m... “Wat was de mooiste tijd die je tot nu toe bij de radio hebt meegemaakt?”, vroeg mij iemand onlangs. Wel er zijn een paar erg leuke periodes natuurlijk. De tijd bij Hilversum 3 en ...
Deel of print dit artikel
TVV Sound
TVV Sound
Spotlight

Reageer op dit artikel

avatar
  Inschrijven  
Abonneren op
Meer in Column
Kolder en Klodder (12)
Plaatje maar weer (8)
JLB gaat (soms) naar zee (12)
Het vinylmoment van Manneke Pop – 6 (video)
Nostalgische column van Hans Knot (10) (video)
Kolder en Klodder (11)
Sluiten