fbpx

RadioVisie

.
Spotlight
.

Nostalgische column Hans Knot (79)

Veel televisie en veel onzekerheid voor één draadje (2)

Vorige week eindigde ik deze column met de mededeling dat de directie van de PTT de concurrentie met de nog op te richten CAI’s op een neutrale wijze wenste aan te gaan. De Volkskrant van 3 februari 1964 meldde bijvoorbeeld dat de grote baas van de PTT, Professor Ir. G. Bast, de man achter het experiment met de draadtelevisie, had verklaard dat de PTT de handen geheel zou aftrekken van de feitelijke exploitatie ervan. 

‘We willen neutraal blijven’

Hij gebruikte daarbij zelfs een strengere formulering dan in het rapport stond. Daar heette het, dat de PTT ‘in principe zich alleen met de transmissie zal bezig houden.’ Ter verduidelijking zei Bast in de krant het volgende: “Wij zullen alleen voor het transport van de programma’s zorgen, voor de rest willen wij er helemaal buiten blijven. Wij kunnen een groot aantal omroepmogelijkheden ter beschikking van het land stellen, maar het gebruik daarvan is verder niet onze zaak.”

Niet iedereen was blij met die neutrale stellingname. Er werd zelfs over machtsmisbruik van het staatsbedrijf gesproken. De klare taal van professor Bast ging ook niet aan de leden van de Tweede Kamer voorbij. KVP (Katholieke Volks Partij) afgevaardigde Baeten, tevens bestuurslid van de KRO, zei: “Ik heb de indruk dat de directie van de PTT bekwaam manipuleert met technische mogelijkheden, zonder voldoende oog te hebben voor de juridische en culturele consequenties.” 

Ook bij de omroepen zelf was er ontstemming. De komst van de kabel met al haar keuzemogelijkheden, betekende voor hen dat ze met andere stations zouden moeten gaan concurreren om de kijkersgunst. Uit vrees daarvoor, richtten zij hun kritiek onder meer op de auteursrechten. Dit omdat de omroepen wél moesten betalen, terwijl de PTT tijdens de experimentele uitzendingen hiervan werd vrijgesteld, tenminste waar het ging om de uitzendrechten van buitenlandse programma’s. 

Kamerlid met dubbele agenda (?)

Andermaal Kamerlid Baeten, die in dit geval duidelijk twee petten op had: “Het doet op zijn minst vreemd aan dat de buitenlandse omroeporganisaties en uitvoerende kunstenaars bij relayeren van hun programma’s door Nederlandse omroeporganisaties wél vergoeding van rechten en kosten ontvangen, doch dat zij door heruitzending door een staatsmaatschappij, via een oneigenlijk centraal antennesysteem, in het geheel niets ontvangen.”

Baeten was niet de enige die de auteursrechten aangreep om de PTT te veroordelen. Ook het Kamerlid Kieft van de ARP (Anti Revolutionaire Partij) en tevens tweede voorzitter van de NCRV, klaagde, zonder in detail te treden: “Er is ontsteltenis in het buitenland en ik kan U zeggen dat het PTT-experiment in Europese kringen veel alarm heeft veroorzaakt.”

Maar Ir. Baeten weerlegde die uitspraak meteen: “Er is geen ontsteltenis in het buitenland. Integendeel, er kwam een, speciaal aan ons experiment opgedragen televisieprogramma uit Duitsland met als titel Herzlich Willkommen. Zouden ze dan boos op ons zijn? Het is onzin dat de Nederlandse deelneming in de Eurovisie-uitwisseling in gevaar zou komen door het centraal antennesysteem. De zaak van de auteursrechten is door de PTT juridisch verkend. Eigenlijk zou een uitspraak van de Hoge Raad nodig zijn.” 

Tussen twee vuren

De regering, in die tijd het confessionele kabinet Marijnen (1963-1965), achtte het evenwel niet opportuun om in deze discussie mee te gaan. Het televisiebestel was op dat moment een netelig punt van politieke discussie. Ook de overheid hield zich daarom liever even op vlakte. In de Tweede Kamer legde minister Bot, de verantwoordelijke voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, uit dat de zaken niet zo scherp gesteld moesten worden: 

“Het staat helemaal niet bij voorbaat vast dat voor de programma’s, die via dit systeem worden doorgegeven, auteursrechten moeten worden betaald. De praktijk in andere landen, zoals Amerika en Canada, Duitsland en België en hun bestaande regelingen, wijzen in een andere richting. Internationaal gezien is het ook zo dat men de zaak binnen de draadomroep niet zo ver wil doordrukken dat men er toe over moet gaan tot de invoering van de betaling van auteursrechten.”

CAI-antenne De Haag

De regering zat tussen twee vuren. Tegenover de weerspannige omroepverenigingen, stonden diegenen die maar al te graag via de kabel aan de slag wilden gaan. Zo lag er bij het voornoemde ministerie al een aanvraag van de Hagenaar Nijhoff, die via de draadtelevisie van de PTT in die stad reclame-uitzendingen wilde gaan verzorgen. Hij was de eerste en de minister verwachtte dat er drommen mensen zouden volgen: 

“Het is ook mogelijk eigen streekuitzendingen, voor bijvoorbeeld plaatsen als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht te gaan maken. De plaatselijke middenstand zal graag gebruik gaan maken van deze toekomstige mogelijkheid de klanten te kunnen benaderen. In theorie zouden we zelfs de keuze kunnen gaan maken tot invoering van reclame via de televisie of de radio.”

Grote onzekerheid

Met die laatste opmerking verwees de minister indirect naar het Tijdelijk Televisiebesluit van 1956, waarin de toestemming tot het uitzenden van reclame op televisie aan de minister was toegewezen. Maar of het verzorgen van lokaal dan wel regionaal gerichte televisie uitzendingen er zou komen, al dan niet met reclame, was nog lang niet duidelijk. 

Er was al veel politiek getob geweest, onder meer naar aanleiding van de Nota Reclametelevisie uit 1961. Begin 1964 was Van Aartsen, de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, nog druk doende om met een commissie, de zogenaamde Pacificatiecommissie, een rapport over dat onderwerp samen te stellen. Tot die tijd heerste er onzekerheid. 

Ook over de algehele invoering van het Centraal Antenne Systeem liet de overheid haar burgers in het ongewisse. Die was groot en zelfs de directeur van de PTT geloofde niet in een snelle beslissing. Onder verwijzing naar het zogeheten Vervolgrapport Draadomroep (1963), zei hij: “We hebben vorig jaar al een tussenrapport gestuurd aan de regering en neem van mij aan dat het zeker niet voor de zomer van 1965 zal zijn, alvorens de politiek zo ver is gevorderd dat er een besluit kan worden genomen over de officiële intreding van draadtelevisie in ons land.”

Stoute dromen

Van haar kant zag het staatsbedrijf wel mogelijkheden in zo’n landelijk systeem van kabeltelevisie. De kosten, voor een totale invoering in de Randstad, werden bestempeld als ‘niet duur’. De investeringskosten per aansluiting op een dergelijk net in grote steden, werden begroot tussen de honderd en honderddertig gulden. Andermaal professor Bast namens de PTT: 

“De belangstelling van het publiek is veel groter dan wij in onze stoutste dromen hadden durven verwachten. Die interesse zal alleen nog maar groter worden als eventueel ook streekuitzendingen, via de draad, kunnen worden doorgegeven. Nederland heeft het voordeel dat sinds enkele jaren een zogenaamde standaardaansluiting mogelijk is. Hierbij kan niet alleen het telefoonsignaal worden doorgegeven, maar kan het systeem ook worden gebruikt voor doorgifte van signalen van het toekomstige centrale antennesysteem. De PTT kan ongeveer honderdduizend woningen per jaar op een landelijk centraal antennesysteem aansluiten.”

De PTT, dat was wel duidelijk, zou deze zaak niet alleen aankunnen. Bij elkaar genomen ging het immers om een investering van enkele honderden miljoenen guldens (en dat in bedragen van 1965!). Men hoopte daarom ook op samenwerking met verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en woningbouwverenigingen, waarmee collectieve contracten zouden kunnen worden afgesloten voor aansluiting van hele woonblokken op het systeem. 

De toekomstige kosten van een collectief abonnement zouden dan niet al te hoog worden. De PTT-topman verwachtte ook dat zo’n abonnement als een meerprijs in de maandelijkse huurafdracht zou kunnen worden doorberekend.

Wordt vervolgd


TVV Sound
TVV Sound
TVV Sound
TVV Sound
TVV Sound
Spotlight
Je zou ook interesse kunnen hebben in...
Veel televisie en maar één draadje Juli is een zomermaand, een maand om vakantie te
Meer dan 55 jaar geleden, in maart 1964, begonnen de uitzendingen van Radio Caroline vanaf
Blije bende in Kralingen, doffe ellende in het UK Mijmeren over het jaar 1971 doen
Cliff Richard in Nederland in 1962 Bladerend door allerlei mappen besef ik dat ik reeds
1959: Ontwikkelingen in tv-land Een blik tv-nostalgie vandaag. Als we heden ten dage het grote
Vandaag de laatste aflevering van mijn terugblik op de Amerikaanse radio van de jaren 70
Begin jaren 80 van de vorige eeuw was het format ‘Disco Radio’ tanende en onderging
Begin jaren 80 van de vorige eeuw was het format ‘Disco Radio’ tanende en onderging

Reageer op dit artikel

avatar
  Inschrijven  
Abonneren op
Meer in Column
Dick is (nog steeds) radio actief – 43 (audio)

Kicken op radio en zo (47)

Kolder en Klodder – 83 (video)

Nostalgische column Hans Knot – 78 (video)

Dick is (nog steeds) radio actief (42)

Plaatje maar weer – 55 (video)

Sluiten