fbpx

RadioVisie

.
Spotlight
.

Nostalgische column Hans Knot (62)

Deel of print dit artikel

Ik neem je mee naar het jaar 1949. Mijn geboortejaar kwam recentelijk weer in de picture toen ik een e-mail kreeg van Henk Mans, die enkele jaren geleden een van mijn boekjes in handen kreeg. Een bloemlezing van artikelen en verhalen rond de persoon van ir. Paul Snoek, jarenlang hoofd van de Technische Dienst van de N.R.U., de Nederlandse Radio Unie.

Het bleek dat vader dhr. L. Mans, in oktober 1949 bij diezelfde N.R.U. in dienst was getreden om daar tot in 1974 – de N.R.U. was inmiddels een paar jaar eerder opgegaan in NOS – te gaan werken. Hij klom er op tot één van de souschefs onder Paul M. Snoek.

Moeilijkheden zijn er om te overwinnen

Henk vertelde dat hij het historische materiaal van zijn overleden vader een plek wenste te geven. Inmiddels is het opgenomen in ons historisch archief om deels bewerkt te worden, waarna het ter beschikking zal worden gesteld van het Bus Museum in Schagen, waar een aantal oude reportagewagens van de N.R.U. staan opgesteld.

Bij de archiefstukken zitten liefst tien jaargangen van een interne publicatie ‘Technische Mededelingen. Nieuws van en voor de Technische Dienst van de N.R.U.’. Het was een uitgave van het Bureau Hoofd Technische Dienst. In deze blaadjes veel informatie geschreven door Paul M. Snoek en zijn naasten. Met regelmaat zal ik er op terugkomen.

In het allereerste nummer uit 1949 was het een en ander te lezen over het wagenpark, onder het kopje ‘Moeilijkheden zijn er om te overwinnen’. Die waren er in ruime mate toen men na mei 1945 de resten van het ‘gekraakte’ wagenpark, voor zover mogelijk, opnieuw inzetbaar moest maken. 

949 Diamond T Reportagewagen van de NRU met carroserie van Pennock ‘s Gravenhage

Volgens auteur H.M. van de Maarel was door het traag op gang komen van andere vervoersmiddelen, zoals de spoorwegen, de vraag naar eigen vervoer dubbel urgent. Hij schreef: ‘Aangezien de particuliere bedrijven, welke voorheen het wagenpark hadden onderhouden, deels niet meer bestonden of door het ontbreken van personeel of werktuigen hieraan niet konden voldoen, diende het nog bestaande materiaal in eigen beheer te worden gerevideerd.’ 

Dag en nacht aan het werk

Er was niet alleen een gebrek aan materialen, het wagenpark had ook te maken met een overdaad aan lekke banden, waardoor het normale werkschema vaak in de war werd gebracht. Gevolg was dat, toen het aantal benodigde personeelsleden op sterkte was, Paul Snoek besloot tot het instellen van een avonddienst. Het bleef daar niet bij want vaak werden er overuren gedraaid in de nacht. Onderdelen waren vrijwel niet in de handel te koop en dus dienden ook deze in eigen werkplaats te worden gemaakt.

Er werd hoofdzakelijk gebruik gemaakt van de zes beschikbare personenauto’s, waarvan er slechts eentje eigendom was van de N.R.U., de andere vijf werden door particulieren beschikbaar gesteld of gehuurd. Door de enorme inspanningen in de werkplaats konden toch vrij snel gerevideerde wagens in gebruik worden genomen. 

Verder meldt het rapport Van der Maarel dat op de meest ongelegen ogenblikken er wagens uitvielen. Zo gebeurde dat een chauffeur een rit zou maken naar Eindhoven, maar onderweg liefst zes lekke banden kreeg. Allemaal dienden ze, met veel oponthoud, te worden hersteld. 

Hoe werd het probleem opgelost? Andermaal Van der Maarel: ‘Toen de wagen tenslotte op de terugweg weer twee lekke banden had, riep de chauffeur ten einde raad de hulp van de werkplaats in, zodat onze monteurs gewapend met repen oude buiten- en binnenbanden, een bus solution en een handpomp, uitkomst moesten brengen.’ Duidelijk heel andere tijden dan nu.

Improviseren is het hoogste goed

Er werd ook volop geïmproviseerd. Het personeel van de zogenaamde Lijn- en Reportagedienst van de N.R.U. moest al het doen met een oude militaire Bedford, twee veel te grote studiowagens en enkele oude bestel- en personen auto’s. Gelukkig konden enige door de bezetter meegevoerde reportagewagens achterhaald worden en werden ze, zover dit mogelijk was, ook hersteld. Dat dit niet eenvoudig was bleek uit het gegeven dat één van de reportagewagens (de GZ 60004) als transportwagen voor aardappelen was gebruikt. Door het open dak waren de aardappelen rechtstreeks in de ruimte gestort die voorheen als technische ruimte was gebruikt. 

Een andere reportagewagen (de GZ 60025) vond men terug bij een boerderij in Overijssel als… schuur. Van der Maarel constateerde ook dat tijdens de oorlogsjaren drie reportagewagens waren gestolen en nimmer teruggevonden. Een voor die tijd duidelijk tekort voor de binnen de N.R.U. zo belangrijke dienst, die ook zeer moeilijk was aan te vullen.

In 1946 kwam er enige speling doordat een aantal auto-importeurs werd benaderd en er tien zogenaamde ‘Diamond’ chassis konden worden besteld. Men was ook in staat om gereedschappen, hoewel van mindere kwaliteit dan men gewoon was, aan te schaffen. Hierdoor werd het onder meer mogelijk een werkplaats voor electro-autotechniek in te richten en een specialist in te huren. 

950 Diamond T Reportagewagens van de diverse Omroepen aangesloten bij de NRU. De wagens hadden een carroserie van Lith te Rotterdam. (Credits: Mijn Transport Blog)

Periode 1946-1949

‘Groot was de vreugde toen de eerste Ford personenwagen (GZ 60038) aankwam, een bezienswaardigheid voor ieder!’, meldde Van der Maarel. ‘Door de grote medewerking ondervonden van de Rijksverkeersinspectie voor Overheidsdiensten kregen wij nadien regelmatig nieuwe wagens toegewezen.’ 

Begin 1947 begon het afvoeren van het oudere materiaal. Het had gemiddeld meer dan het dubbele aantal kilometers. Hierdoor kreeg de werkplaats minder met reparaties te maken en kon men zich meer gaan richten op het onderhoud van het nieuw aangeschafte automaterieel. Er werd een schema gemaakt waarbij een auto in vijftien beurten geheel onder handen werd genomen, telkens er duizend kilometer mee was gereden. 

Begin 1948 werd er gerapporteerd dat de moeilijke vervoerspositie bij de Lijn- en Reportagedienst door het gereedkomen van vijf Diamond lijnwagens grotendeels werd opgeheven. Het wachten was vervolgens op de reportagewagens waarvan er één vlak daarvoor gereed was.

Van der Maarel meldde verder dat medio 1948 de N.R.U. door de eigenaar van de garage, werd gevraagd het kleinste gedeelte vrij te geven alsmede de gebruikte gereedschappen. Het had zijn voordeel want zo kon men het  materiaal gaan aanvullen. Hierdoor konden revisies, op enkele uitzonderingen na, door de eigen onderhoudsdienst worden uitgevoerd. ‘Genoemde uitzonderingen zijn het afslijpen van krukastappen en het ingieten van witmetalen lagers’

De kroon op het werk volgde begin 1949 in de vorm van een ‘Crypton’ testbank. Daarmee kon de elektronische auto-installatie tot in de kleinste details worden doorgemeten. Tevens was het mogelijk om vacuüm en compressie te meten, alsmede de verbranding. De apparatuur werd ook nog eens gecompleteerd met een tachometer. Voor die tijd, 1949, een juweeltje dat vooral werd ingezet bij diagnoses aan het wagenpark.

Veertig keer de wereld rond

Tenslotte keek rapporteur Van der Maarel, nog even in de toenmalige toekomst: ‘Het ziet er naar uit, dat wij zo langzamerhand de top betreffende ons wagenpark hebben gehaald, maar waar wij ook zuinig op zullen moeten zijn. Immers vernieuwing van het materiaal zal de eerste komende jaren, ten gevolgde van de deviezenpositie, niet eenvoudig zijn.’

Eind 1948 waren er 43 wagens van de Nederlandse Radio Unie en 21 wagens in eigendom van de diverse omroep componenten. Ze reden in dat jaar 1.588.925 kilometer, ofwel bijna veertig keer de wereld rond. 

Interieur reportagewagen NTU

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

TVV Sound
TVV Sound
TVV Sound
Spotlight

Reageer op dit artikel

avatar
  Inschrijven  
Abonneren op
Meer in Column
Dick is (nog steeds) radio actief – 26 (video)
Plaatje maar weer – 49 (video)
Kicken op radio en zo – 39 (video)
Kolder en Klodder – 66 (video)
Peter van Dam’s ‘Radio voor Dombo’s’ – 4 (video)
Nostalgische column Hans Knot (61)
Sluiten