Nostalgische column Hans Knot – 34 (video) De geschiedenis van de JARO

Leestijd: 6 minuten

Het archief van het omroepmuseum, al jaren onderdeel van het Nederlands Audiovisueel Archief, herbergt talloze plakboeken. Ze zijn ooit als geschenk, vaak uit de nalatenschap van een voormalige omroepmedewerker, aan het museum afgestaan. In die boeken komen de meest merkwaardige onderwerpen aan bod, zoals telexberichten, interne mededelingen vanuit de omroep, maar ook uit de krant geknipte artikelen die gerelateerd zijn aan radio of televisie. Zoals over de JARO, de Jeugd Amateurs Radio Omroep, en de beide voortrekkers daarvan; Kees van Maasdam en Herman Stok. Samen met Arno Weltens schreef ik er in 2000 het volgende stukje over.

Soms vind je bij het doorzoeken van een archief bij toeval iets bijzonders. Onder de kop ‘Klankbord der jongeren stootte ik verrassend op een artikel dat direct mijn belangstelling opeiste. Het handelde over een inmiddels vergeten episode uit de geschiedenis van de Nederlandse omroep: een initiatief voor een jeugdomroep. We schrijven april 1950. De verslaggever, Auke Ruben, was naar een huis, gelegen in een stil straatje in Haarlem, getrokken waar de JARO was gevestigd. De afkorting stond voor ‘Jeugd Amateurs Radio Omroep’. We volgen een deel van het verhaal van Ruben dat op 28 april 1950 in het Algemeen Handelsblad verscheen.


Lees verder onder de advertentie


Kantoor in… huiskamer

Zou hij, zo vroeg Ruben zich verbaasd af, in dit huis een studio, een omroepcel of een technische dienst vinden? Een jongen met donkerblond krullend haar zei binnen te komen. Hij ging ons voor naar de kamer, waar het kantoor van de JARO was gevestigd. Het was duidelijk te zien, dat de dagelijkse bestuursleden, Kees van Maasdam en Herman Stok, deze kamer hadden ‘gevorderd’ als kantoor. Een schrijfbureau stond tussen de muur en de divan gekneld. Divan en stoelen waren bedolven onder stapels papieren. ‘Wij zijn wat klein behuisd,’ zei Kees van Maasdam en lachte verontschuldigend. ‘Maar ik ben al erg blij dat mijn moeder deze kamer aan ons heeft afgestaan. Hier kunnen Herman en ik tenminste de hele dag werken.’

‘Maar die studio?’ begon ik aarzelend. Kees maakte een gebaar. ‘Op zolder,’ zei hij. ‘Daar gaan we straks kijken.’ Voordat het zover was vertelden Kees en Herman aan de verslaggever dat hun idee was geboren ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het eerste plan was ontsproten aan het brein van de toen nog jonge Kees van Maasdam die het idee maar graag wilde delen met zijn vriend Herman Stok. Maar waar bestond dat idee uit? Van Maasdam vertelt: ‘In de oorlog waren alle Nederlanders één […] Ik heb er vaak aan gedacht, dat dat zo moest blijven. Vooral met jonge mensen moest dat mogelijk zijn. Ik had altijd grote belangstelling voor radio en waarschijnlijk dat ik daarom altijd gedacht heb aan een contact tussen jonge mensen via de radio.’

Radio als bindmiddel voor jongeren

Toen Van Maasdam na de oorlog een tijdje bij een omroepvereniging werkte, groeide het verlangen te komen tot een omroepvereniging voor jongeren.Vele van zijn vrienden voelden ook wel voor het idee: een jeugdomroepvereniging stichten, dan zendtijd aanvragen en het programma, dat door en voor jongere mensen was samengesteld, over de gehele wereld verstrooien. Op 12 januari 1949 werd er een vereniging opgericht, de JARO. In het hoofdbestuur hadden Hervormde, Gereformeerde, Rooms-Katholieke en Humanistische Jongeren zitting. In de folder van de stichting stond vermeld zoveel mogelijk jongeren tussen 16 en 30 jaar, via radioprogramma’s bij elkaar te brengen, van welke godsdienstige of politieke stroming dan ook. De vereniging was daarmee duidelijk gebaseerd op de na-oorlogse doorbraakgedachte.

Enkele medewerkers van de JARO in actie. Van links naar rechts: Herman Broekhuizen, Donald de Marcas, Joop van Zijl, Tony van Verre, Peter Kok en Greetje Kauffeld, die allemaal op de een op andere manier later via de radio bekendheid verwierven (Credits: Archief NAA). 

Al snel had de vereniging zestig leden, waarvan vijftig in Haarlem en tien in Amsterdam. Ze betaalden ieder 10 cent per week contributie. Geld was echter een bijna onoverkomelijk probleem. Bijna, want men kon lenen en de studio kon worden ingericht in het huis aan de Oranjestraat in Haarlem. Op de zolder, dus. Andermaal terug naar de tekst van Auke Ruben: ‘Als wij twee trappen zijn opgeklommen staan we op een overloop. Op een deur lezen wij Studio A.’

Herman Stok vertelde: ‘In die afdeling wordt vastgelegd wat hier wordt gesproken of gespeeld. De regisseur en de leider van de Technische Dienst zitten daar. Via die lichtjes kunnen wij met elkaar praten. Als het groene licht brandt, betekent dit, dat de T.D. klaar is, dan antwoordt de studio met wit licht en rood betekent ten slotte; we gaan draaien. Tijdens de opname kunnen wij ook met elkaar praten.’ Herman wijst op andere lichtjes en legt uit: ‘Als die brandt betekent het voeten stil, deze Denk om de tijd en de laatste Slot maken.’



Lakplaten en draadrecorders

De JARO was duidelijk meer dan een bevlieging. Er werkten een twintigtal medewerkers aan de programma’s, waaronder naast Van Maasdam en Stok, ook Dick Verkijk en Joop van Zijl. In de eerste periode werden lakplaten gebruikt voor de opnames. Het waren voornamelijk proefopnamen met een duur van rond de tien minuten. Voordat de magneetband zijn intrede deed, nam men ook met zogenaamde draadrecorders op. In 1949 maakten de mensen van de JARO hun eerste officiële debuut op de radio. Men had een proefprogramma opgenomen en toegestuurd aan de diverse omroepen.

Dat resulteerde in het verzoek van één van die omroepen, de VPRO, om het programma te mogen uitzenden. Het was een opname over sociale woningbouw, geheel gerealiseerd in de studio op zolder. Vervolgens ging men internationaal want over de grens was de unieke uitzending van de JARO ter kennis gekomen van de programmaleiding van Radio Bremen wat andermaal leidde tot een speciaal programma. Hierna volgden nog een paar medewerkers van Duitse stations die hetzelfde wilden doen met de programma’s van de JARO. Niet veel later waren er uitzendingen via stations in Brussel en Stockholm. Maar de heren hadden nog grotere idealen.

In iedere ‘verstaanbare’ taal

We citeren Van Maasdam (foto) andermaal uit het interview: ‘Wij zouden over een eigen golflengte willen beschikken. Internationaal zou een jeugd radio-omroep moeten worden gesticht. Over een eigen zender zou de jeugd uit de hele wereld om beurten in eigen taal of in de taal die andere jonge mensen kunnen verstaan, uitzendingen moeten verzorgen. In ons land zouden wij om te beginnen graag willen samenwerken met de jeugdverenigingen van alle gezindten. Het zou hùn taak zijn om in de beschikbare zendtijd, de programma’s te vullen. Zo zouden wij van elkaar horen wat wij willen en wat wij doen.’

De eerste schreden naar internationaal contact waren gezet. Kees van Maasdam en Herman Stok stichtten een afdeling van de JARO in Genève binnen de UNESCO. Men had er toevallig van het initiatief gehoord bij de onderafdeling van de Verenigde Naties. Steun werd toegezegd. Het verslag van Auke Ruben vervolgt: ‘Hoewel de JARO nog lang niet het gestelde doel heeft bereikt, moeten jullie vooral niet denken, dat zij nu met de handen over elkaar zitten te wachten.’ 

‘Als het eenmaal zover is, dat we kunnen uitzenden, moeten wij over een staf beschikken, die technisch en organisatorisch is getraind’, vertelt Kees van Maasdam. ‘Een vaste kern wordt nu opgeleid, want het in elkaar zetten en het leiden van een programma — al is het nog zo klein — is geen peulenschilletje.’

Geen cent mee te verdienen

Naast het maken van proefprogramma’s deden de heren nog meer. Ze gaven een maandblad uit over hun activiteiten. Ze moesten daartoe niet alleen de kopij verzorgen maar ook het blad stencilen. Met al dat werk kwamen ze de dag wel door. Stok daarover: ‘Wij beginnen ’s morgens om negen uur en vaak werken wij tot ’s avonds laat door […] Eén ding vinden wij erg jammer: wij verdienen natuurlijk niets, want de JARO kan ons geen salaris betalen. Nu moeten wij op de zak van onze ouders leven en dat is heel erg naar. We hebben echter subsidie aangevraagd en wie weet…’

Het idee voor een internationale jeugdomroep werd uiteindelijk niet geheel gerealiseerd om de eenvoudige reden dat slechts 1.000 gulden subsidie werd verkregen van het Prins Bernard Fonds (1951), de UNESCO geen toestemming verleende een frequentie op de korte golf vrij te maken voor de uitzendingen en er geld verdiend moest worden. Uiteindelijk zouden beide heren in dienst treden van de VARA en er grote naam maken. Ook daar werd het idee van de jongerenomroep op tafel gelegd, maar voorzitter Broeksz zag niets in de plannen. De JARO ging in 1952 ter ziele.

Overgenomen door AVRO

Van Maasdam presenteerde vele programma’s en werd vooral bekend door zijn uitzendingen die van overal ten lande werden uitgezonden. Stok presenteerde ‘Top of Flop’ op de televisie, terwijl ‘Tijd voor Teenagers’ en ‘Mix’, slechts twéé van zijn vele radioprogramma’s bij de VARA waren. Het idee van de JARO werd overgenomen door de AVRO, die naar aanleiding van de jongerenomroep, op initiatief van Herman Broekhuizen, de jeugdomroep Minjon oprichtte. Ook dat initiatief leverde tot aan het begin van de jaren zestig vele nieuwe radiotalenten op.

Maar, dat is weer een ander verhaal.

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

Nostalgische column Hans Knot – 32 (video) In de zomer van 1965 waren er twee films die bij het bioscooppubliek aansloegen. De veelal geroemde ‘Fanfare’ van Bert Haanstra was de eerste. In Groningen te zien in het Grand The...
Nostalgische column Hans Knot (31) Rolling Radio Communication Facility In deze korte nostalgische terugblik neem ik je mee naar Amerika. Politiek is communicatie, zo wordt wel eens gezegd. Dat is misschien wat overdreven, maar belangrijk is communicat...
Nostalgische column Hans Knot – 30 (video) Ze kon de grote aandacht bijna niet aan..... Zaterdag 21 mei 1970 vond het Eurovisie Songfestival plaats in het RAI Congrescentrum in Amsterdam omdat Lenny Kuhr het jaar daarvoor één van de winnaars was geweest met het nummer...
Nostalgische column Hans Knot – 29 (video) De Zuid-Afrikaanse 'bulk araser' Dit verhaal dook terug op toen ik recentelijk een bulk araser uit de kast haalde op de universiteit om een aantal videobanden te wissen. Ik schafte dit apparaat reeds in 1976 aan e...
Nostalgische column Hans Knot (28) De vroege commercialmakers Enkele jaren geleden kreeg ik een demo toegestuurd van een productiebedrijf dat al in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw ondermeer reclamespots maakte voor Radio Veronica.&n...
Nostalgische column Hans Knot (27) 1968: Vragen over de komst van lokale radio Berichtjes in de kranten waar deze column over gaat, waren voor mij de reden om een schaar te pakken en ze uit te knippen. Want het ging niet alleen over radio maar het kon ook nog...
Deel of print dit artikel
Spotlight
TVV Sound
TVV Sound

Reageer op dit artikel

avatar
  Inschrijven  
Abonneren op
Meer in Column
De Coverack Dossiers (14)
Plaatje maar weer – 25 (video)
Kicken op radio en zo (8)
Kolder en Kodder – 35 (video)
De Playa Papers 5 – (Extra Baffle)
Het vinylmoment van Manneke Pop – 29 (video)
Sluiten