Nostalgische column Hans Knot (5) 'Communicatie’ in het begin van het jaar 1969

Leestijd: 5 minuten

Tijd om maar eens nostalgisch terug te blikken naar het onderwerp ‘communicatie’ in het begin van 1969. In de voorafgaande jaren waren er volop problemen geweest in de gemeente Groningen met de nieuwbouw van een aantal telefooncentrales waardoor veel aanvragen voor een telefoonaansluiting op wachtlijsten terechtkwam. Dan weer waren er problemen met de eventuele aankoop van grond en vervolgens waren er moeilijkheden van technische aard die een versnelde uitbreiding van het telefoonnet in de weg stonden. Niet te vergelijken met heden ten dage waarbij eenieder die een telefoon wenst, gewoon direct naar een winkel kan stappen om er een aan te schaffen. 

Begin januari 1969 was het dan eindelijk zover dat er meer aansluitingen mogelijk werden in de noordelijke wijken de Paddepoel en Selwerd. De PTT-leiding, toen nog alleenheerser op het gebied van telefonie, had het nieuwe gebouw feestelijk door Burgemeester J. J. A. Berger van Groningen willen laten openen. Hij zou de apparatuur in dienst stellen. Toen het gezelschap bij het gebouw aankwam was er behoorlijk veel lawaai binnen omdat de nieuwe installatie al was aangezet en er dus geen sprake meer kon zijn van een officiële in dienststelling van de nieuwe centrale.


Lees verder onder de advertentie


Sigaren en drank werden geserveerd en onderwijl werd besloten dan maar te beginnen met deel 2 van de officiële bijeenkomst. Het in gebruik nemen van de 30.000ste aansluiting in het district Groningen door het draaien van het nummer van de gelukkige toekomstige bezitter. Het leek allemaal een beetje een opgezet spel want het was niet zomaar een Groninger maar de vooral in het voetbal bekende Groninger, Chris Eimers. Hij was enkele weken daarvoor gaan wonen in een nieuw groot flatgebouw aan de Castorstraat in de Paddepoel. 

In het Nieuwsblad van het Noorden was op 5 januari 1969 een korte samenvatting van deze feestelijke opening te lezen. Waarin werd gemeld dat het er even op leek of er niemand thuis was, want pas na drie keer de bel te laten overgaan werd opgenomen. Niet Eimers, want die was door de griep geveld, maar door zijn vrouw: ‘de hartelijkheid van het gesprek leed er overigens niet onder’. De burgemeester sprak de hoop uit dat Eimers weer beter zou zijn voor de later die week te spelen wedstrijd. Die kreeg grote belangstelling in de dagbladpers: Ajax-Benfica. Toen mevrouw Eimers antwoordde dat ze dacht van wel, mede daar haar man een echte fan van Ajax was, stelde Burgemeester Berger ad-rem dat hij een grote fan van GVAV was,  de eerdere naam van FC Groningen. 

Verder was te lezen dat Ir. F. W. van der Haer, de directeur van het Telefoondistrict Groningen, later in de middag, nadat het officiële gedeelte van de ingebruikname van de telefooncentrale voorbij was, nog naar de Castorflat was gegaan met een feestelijke taart en bloemenstruis. Toen hij de hal van het immense gebouw betrad kwam burgemeester Berger net uit de lift, die buiten het protocol om, besloten had zelf even een boeket naar de zieke voetballer te brengen. 

Maar hoe zat het toch met het overdadige lawaai bij het betreden van het nieuwe gebouw aan de Magnoliastraat? Volgens Ir. Van der Haer kwam dit door het zogenaamde ‘ratelen van de kiezers’. Er waren in die tijd meer technische ontwikkelingen op het gebied van de telefonie te melden. Nadat er 17.000 verschillende draadjes waren verwerkt, begon in dezelfde week in januari 1969 de nieuwe telefooncentrale van de Rijksuniversiteit deels te werken. Allereerst was de centrale, in het souterrain van het Academiegebouw aan het Broerplein, verbonden met alle toestellen in het gebouw. 

In de daarop volgende weken werden alle gebouwen van de diverse instituten en de laboratoria, uitgezonderd die van het Academische Ziekenhuis (het huidige UMC), aangesloten op het nieuwe eigen telefoonnet van de Rijksuniversiteit. Vanaf dat moment waren alle universitaire diensten en complexen telefonisch bereikbaar onder nummer 19111.



Op deze centrale, die toen de grootste bedrijfscentrale in Noord-Nederland was, werd het mogelijk om 9000 telefoontoestellen aan te sluiten. De verwachting was dat men tot 1985 daarmee ruimte genoeg zou hebben. In de beginperiode werden er 3000 toestellen geplaatst en kwamen alle individuele abonnementen binnen de verschillende gebouwen van de universiteit te vervallen. Een opsteker want op die manier konden 140 particulieren snel aan een aansluiting en nummer worden geholpen.

De nieuwe centrale had ongeveer 6 miljoen gulden gekost en was uitgerust met tal van moderne snufjes. Zo was er voor het eerst een doorkiessysteem en hadden alle 3000 bureautoestellen in de universiteit een eigen nummer bestaande uit vier cijfers. Door twee keer een cijfer 1 voor het betreffende nummer te plaatsen was het toestel voor elke abonnee van buiten bereikbaar, zonder tussenkomst van een van de telefonistes. Zowaar een enorme vooruitgang. Wanneer de telefoon niet binnen tien seconden werd opgenomen, dan werd men automatisch doorverbonden met de centrale post in het Academiegebouw. Die centrale was trouwens dag en nacht ‘bemand’. 

Uiteraard was het voor een buitenstaander ook mogelijk het hoofdnummer te draaien en te vragen naar een bepaalde persoon waarvan men het telefoonnummer niet kende. Via de nieuwe centrale werd het ook mogelijk gebruik te maken van een bepaald alarmsysteem. Als bijvoorbeeld de centrale verwarmingsketels zouden uitvallen was dit te zien door het flikkeren van bepaalde lampjes op de bedieningstafel. De centrale stond er niet zomaar want er was door medewerkers van de PTT en Philips meer dan anderhalf jaar gewerkt aan de voorbereidingen. Zo was er liefst 28 kilometer kabel gelegd tussen de universitaire gebouwen ondermeer in Haren en de nieuwe wijk De Paddepoel. 

De technische hoogstandjes bleven elkaar begin 1969 opvolgen want het werd ook bekend dat diverse politiekorpsen in Nederland interlokaal radiocontact zouden krijgen. De minister van Binnenlandse zaken had namelijk besloten dat de proefnemingen in Kennemerland zouden worden uitgebreid tot de regio’s Rotterdam-Den Haag, Arnhem en Utrecht. Indien de ervaringen gunstig zouden zijn – zo stelde minister H.J.K. Beernink – zou ook Groningen een overkoepelend radionet krijgen, waarbij het in aanbouw zijnde hoofdbureau aan de Rademarkt als centrale alarmpost zou gaan functioneren.

Voor nu onvoorstelbaar maar ook de brandweer en GGD wilden aansluiten op het eventuele nieuwe net zodat men geen verschillende meldnummers diende te kiezen. De politiekorpsen in Haarlem en zeven naburige gemeenten werkten sinds oktober 1968 met één gemeenschappelijk onbemand relaisstation. Op de bureaus waren vaste mobilofoon-posten, waardoor het mogelijk werd dat de verschillende korpsen met elkaar in verbinding traden. Elk korps afzonderlijk was in staat via het oude mobilofoonnet radiocontact te maken met de patrouillewagens, die tevens konden overschakelen op het gemeenschappelijk net. 

Overigens had de Politie Verbindingsdienst wel problemen door het gebrek aan beschikbare frequenties waarop de verbindingen konden worden gemaakt. Noodgedwongen week men uit na een hoge golflengte van 460 MegaHertz. Men was in staat een gebied met een middellijn van zestig kilometer te bestrijken. Met deze nieuwe zendapparatuur probeerde men de snelheid van het politieoptreden te bevorderen. De behoefte aan interlokaal radiocontact deed zich in het bijzonder gevoelen bij opsporingsacties, verkeersregeling, ordehandhaving en bij buitengewone gebeurtenissen. In totaal waren er vijftien relaisstations nodig om geheel Nederland te bestrijken. De laatste stap naar een landelijke samenwerking van regio’s zou het gebruik van straalzenders zijn, waardoor het mogelijk werd de verschillende gemeenschappelijke netten onderling te koppelen. 

Een halve eeuw later is dit allemaal nostalgie van de bovenste plank.

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

De Playa Papers – 3 (audio) Pierre is weg en Rob mag niet van Joop Samen wonen ging net iets te ver  De studio's van Radio Mi Amigo waren op dat moment ondergebracht in een ruime villa, halfweg de flanken van de Mas Nou. Iedere deejay had ...
Het Vinylmoment van Manneke Pop – 27 (video) Joe Dassin - L’ été Indien Wij Vlamingen staan bekend om onze talenknobbel in het buitenland. En wat heeft dat met het Vinylmoment te maken? Dat leg ik je zo uit. Toen ik bij de KRO werkte hadden we uitzendi...
Nostalgische column Hans Knot (31) Rolling Radio Communication Facility In deze korte nostalgische terugblik neem ik je mee naar Amerika. Politiek is communicatie, zo wordt wel eens gezegd. Dat is misschien wat overdreven, maar belangrijk is communicat...
De Coverack Dossiers (11) Over afluisteren, bergen en bandrecorders In de jaren 70 van de vorige eeuw had ik een politiescanner. Met een goede antenne op twaalf  meter hoogte kon de de surveillance-auto’s van de politie in Amsterdam ontvangen....
Kicken op radio en zo (5) To Make Great Radio Doorschuiven Eén van de grote uitdagingen in het verder professionaliseren van de radiowereld in Nederland is natuurlijk het opleiden van gedegen krachten die goed beslagen ten ...
De Playa Papers – 2 Met de lente kwam ook het idee  Lente 1975. Zoals ieder voorjaar komt niet alleen de natuur weer tot leven, ze is ook de motor achter individueel opborrelde energie waar een mens maar beter iets nuttigs mee kan d...
Deel of print dit artikel
Spotlight
TVV Sound
Amptec
TVV Sound
Amptec
Amptec

Eén gedachte over “Nostalgische column Hans Knot (5)

  • za 20 jan 2018 om 17:30
    Permalink

    Wordt tijd dat de verhalen van Hans in een offshore bibliotheek terecht komen

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *