fbpx

RadioVisie

.
Yesterdayland
.

Dossier 100 jaar RCA, deel 3: The sky is the limit

Van dinsdag 6 tot en met vrijdag 9 augustus biedt RadioVisie u in een vierdelig zomerdossier de geschiedenis aan van RCA. Vandaag deel 3: The sky is the limit.

In 1926 werd RCA eveneens actief in de omroepsector. Na een aanslepend conflict kocht Sarnoff van concurrent AT&T twee radiostations en de netwerkactiviteiten over. Deze activa vormden de basis van de National Broadcasting Company (NBC) met een gelijkmatig verdeelde eigendom tussen RCA en General Electric.

In 1928 nam RCA ook de Victor Talking Machine Company over. Het bedrijf produceerde zowel grammofoonplaten als grammofoonspelers en werd omgevormd tot RCA Victor. Tegelijk verwierf RCA een belangrijk aandeel in His Master’s Voice, dat wereldwijd onsterfelijk werd met het nadien eveneens door RCA geadopteerde Nipper-logo.

RCA werd ook een belangrijk bouwer van zenders voor de middengolf en de kortegolf. Toch werden alle vroege RCA-zenders in de praktijk gebouwd door GE. Dat bleef zo tot RCA de Victor Company kocht. In 1930 startte RCA Radiotron, de merknaam die al werd gebruikt voor de ‘radiolampen’ (vacuümbuizen), met eigen productie. Het duurde een vijftal jaar voor RCA Radiotron volledig operationeel werd als fabrikant. Tot zolang bleven sommige producten van GE komen.

De gespecialiseerde zenderafdeling opereerde altijd in de schaduw van de grote media-activiteiten van RCA. Om een idee te geven: in 1944 maakten 325 van de zowat 900 Amerikaanse AM-radiostations gebruik van een RCA-zender, maar ze golden wel als de beste op de markt.

30 Rock

Het RCA-aandeel op de beurs van Wall Street steeg tussen 1924 en 1929 van 11 naar 214 dollar. De beurscrash van 1929 trof een aantal toplui van RCA zwaar, maar Sarnoff voelde nattigheid en had zich tijdig teruggetrokken uit de ontspoorde aandelenmarkt. De sterk groeiende radiomarkt bleek opmerkelijk genoeg behoorlijk immuun voor de crisis en de Grote Depressie die volgde en werd zo de reddingsboei voor RCA.

Ook de twee NBC-radionetten – de Red Network en de Blue Network – werden in die jaren plots erg winstgevend. Vooral de sportverslaggeving via de radio werkte als een sterke katalysator voor het medium en grote bedrijven begonnen massaal te opteren voor radioreclame, omdat ze zich realiseerden dat ze hiermee een almaar stijgend miljoenenpubliek bereikten.

Vanaf 1930 kwam NBC helemaal in handen van RCA, maar de dominante positie leidde tot klachten van het jongere netwerk Mutual. Pas in 1942 werd NBC verplicht om één van zijn radionetwerken af te stoten. Dat zou leiden tot de geboorte van ABC (American Broadcasting Company), dat in handen kwam van de snoepfabrikant Edward J. Noble.

In de jaren ’30 werd de sky stilaan bijna letterlijk de limit voor RCA. In 1930, met de toen 38-jarige David Sarnoff als kersverse grote directeur, stemde RCA ermee in om het nog te bouwen, monumentale Radio City-gebouw aan het Rockefeller Plaza 30 te bezetten, kostprijs 250 miljoen dollar. Dat werd bekend als het RCA-gebouw in het Rockefeller Center. “30 Rock” blijft tot op vandaag een van meest iconische skyscrapers van Manhattan, New-York.

Vanaf 1932 stond RCA volledig op eigen benen, nadat GE en Westinghouse omwille van de antitrustwetten van de Amerikaanse regering, een rechtstreeks gevolg van de beurscrash, hun aandelen in RCA van de hand moesten doen. RCA zelf kampte in 1932 en 1933 wel met verliezen, maar het bedrijf herstelde zich snel én Sarnoff aasde al op een gloednieuwe technologie: televisie.

De Superette-reeks

In 1931 introduceerde RCA een nieuwe lijn Superette-radio-ontvangers. Deze gebruikten het superheterodyne-principe, maar ze waren goedkoper en compacter dan eerdere producten, in een poging de verkoop te handhaven bij het begin van de Grote Depressie. Bij de introductie werden ze verkocht voor 57,50 dollar, exclusief de vacuümbuizen.

De “Super” was afgeleid van superheterodyne. Waarschijnlijk de meest bekende werd de Model R-7, die in verschillende versies werd geproduceerd. RCA produceerde ook een consoleversie, het model R-9. De R-7 en R-9 deelden hetzelfde chassis, plus waren er verschillende versies van de R7-tafelversie voor AM en LW (langegolf). 1934 bracht de geboorte van het RCA Model 301 “Duo” Radio-Phono, een combinatie van een radio een 78-toerenplatendraaier.

Een ander succesnummer van RCA werd het Model T10-1 Tombstone Radio (1935/36), die gelanceerd werd in de zomer van 1935 voor 99,5 dollar. Dit was een van de eerste RCA-sets met de metalen buizen, die een nieuwe revolutionaire verbetering brachten: stiller, gevoeliger, beter afgesteld, superieur in elk opzicht. Alleen was RCA toen al een van de laatste grote spelers die overschakelden op die metalen buizen. Dit toestel had drie frequentiebanden: de middengof (550-1800 kHz), de politieband (1800-6000 kHz), de korte golf (6000-18000 kHz) plus een knop voor de zogenaamde tussenfrequentie (460 kHz).

In 1939 bracht RCA ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in New-York het Model 5Q56 ‘New Yorker’ uit, het eerste RCA-model in bakeliet, dé nieuwste trend in het vooroorlogse Amerika.

De FM-trein gemist

Op die grote Worldfair pakte RCA uit met heel wat snufjes in een eigen ‘paleis’, maar één belangrijk radiosnufje had het bedrijf intussen compleet gemist: FM. Edwin Armstrong, de man die RCA eerder grote diensten had bewezen met zijn superheterodyne-ontvanger, had na jaren onderzoek in 1933 de patenten verkregen voor breedband-FM.

Armstrong stapte opnieuw naar Sarnoff, als bevoorrechte partner, maar RCA had geen enkele interesse om zijn succesvolle AM-concept op te geven. Sarnoff deed er tegelijk alles aan om Armstrong te boycotten toen die zijn FM-plannen wilde doorzetten met andere partners. Het draaide uit op een ontluisterende historische vete die we hier bij RadioVisie al eerder uitgebreid belichtten.

De huidige FM-band (88-108 MHz) dateert, voor wat de VS betreft, van het einde van WOII en ook RCA Victor bracht vrijwel onmiddellijk radiotoestellen op de markt die zowel AM als FM konden ontvangen, ook al had RCA helemaal geen licentie om de patenten voor FM-radio te gebruiken.

RCA Victor bracht nog zo’n 15 jaar zowel radiotoestellen uit met enkel AM en met AM en FM. Pas vanaf 1960 werden enkel nog toestellen uitgebracht met beide analoge banden. In dit promotiefilmpje voor RCA uit 1959 zie je het gamma AM en AM-FM-radio’s. Op dat moment waren ook de goedkopere transistorradio’s al de nieuwe norm geworden.

Morgen: het vierde en laatste deel met de televisiejaren en hoe de mislukkingen stilaan het einde inluidden.

Dossier 100 jaar RCA


TVV Sound
TVV Sound
TVV Sound
TVV Sound
Yesterdayland
TVV Sound
Spotlight
Je zou ook interesse kunnen hebben in...
Van dinsdag 6 tot en met vrijdag 9 augustus biedt RadioVisie u in een vierdelig
Van dinsdag 6 tot en met vrijdag 9 augustus biedt RadioVisie u in een vierdelig
Van dinsdag 6 tot en met vrijdag 9 augustus biedt RadioVisie u in een vierdelig
Zoals gewoonlijk is wat er achter de schermen gebeurt veel interessanter (voor ons) Het blijft
De historie conserveren is de bedoeling van dit dagelijkse rubriekje waarin je alle opvallende gebeurtenissen
Net nu ze een degelijke wedstrijd konden bedenken, doen ze het niet! Omdat we het
De historie conserveren is de bedoeling van dit dagelijkse rubriekje waarin je alle opvallende gebeurtenissen
De historie conserveren is de bedoeling van dit dagelijkse rubriekje waarin je alle opvallende gebeurtenissen

Reageer op dit artikel

avatar
  Inschrijven  
Abonneren op
Meer in Dossier
Dossier 100 jaar RCA, deel 2: The roaring twenties

Dossier 100 jaar RCA, deel 1: Wat voorafging

De ‘favoriete’ microfoon van de radio-dj

Bepaalden videoclips het radiobeleid? (video)

De kwestie kanaal 10: wat verbergt Vlaanderen voor de EBU?

Eurobarometer: radio blijft meest geloofwaardige medium

Sluiten