De pre-historie van de hitparade Een verhaal over circussen, tijdschriften en sigaretten

Leestijd: 13 minuten

In onze reeks ‘Dossiers’ voegen we vanaf vandaag opnieuw een uitgebreid essay toe. Op de laatste dag van 1999 maakte RadioVisie haar eigenzinnige keuze voor het ‘Radioprogramma van de Eeuw’ bekend. Het verzamelde redacteurengild liet het daar niet bij en koos ook nog voor onder meer het ‘belangrijkste programma-format van de eeuw’. Ze kwamen daarbij uit op een voor de hand liggend format: de hitparade.

De hitlijst: de oude Romeinen kenden het fenomeen uiteraard nog niet. Wel onderkenden ze – gelet op hun beruchte ‘brood en spelen’ – het belang van competitie als amusement. En daar ligt een zekere overeenkomst. Net als de Romeinse gladiatorengevechten is een hitparade uiteindelijk weinig anders dan een wedstrijd, in dit geval tussen artiesten en songs, om de gunst van het publiek.


Lees verder onder de advertentie


Simpel, maar in al haar eenvoud wel verantwoordelijk voor het ontstaan van de popradio en de hele muziekindustrie die daar omheen, of meer precies daardoor, werd gevormd. Al gaat hun geschiedenis dan niet terug tot het begin van de jaartelling, toch hebben de hitlijsten intussen een respectabele leeftijd bereikt. Jean-Luc Bostyn, Hans Knot en Ger Tillekens voeren je mee terug in de tijd naar het begin bij het tijdschrift ‘Billboard’.

Op zoek naar wortels

In dit essay gaan we op zoek naar de oorsprong. Allereerst brengen we een bezoekje aan het land van Uncle Sam waar het idee ontstond, vervolgens gaan we naar het Nederland van 1947 waar het verschijnsel voor het eerst opdook in de Lage Landen!

Over de ‘uitvinding’ van de hitparade bestaat geen twijfel. Pophistorici zijn het erover eens dat die moet worden bijgeschreven op het conto van het Amerikaanse magazine ‘Billboard’, nog steeds ‘s werelds meest toonaangevende muziekblad annex samensteller van tientallen hitlijsten in alle mogelijke genres en vormen.

Voor het ontstaan van ‘Billboard’ zelf moeten we intussen alweer twee eeuwen in onze jaartelling terug. Het idee om een ‘Amusement Monthly’ uit te geven ontstond namelijk aan het eind van de negentiende eeuw. De precieze locatie was Weilert’s Saloon in Cincinnati. Boven, zoals Amerikanen het noemen, ‘two schooners of beer’ werd geproost door initiatiefnemers William H. Donaldson en James F. Henninghan.

Ze heften menig glas, wensten elkaar heel veel succes en hoopten vooral dat het maandblad dat ze net hadden opgericht, een eclatant succes zou worden. Zelf werkte iedereen al langere tijd in het grafische vak. Ze hadden zich gespecialiseerd in het maken van gigantische aanplakbiljetten voor het circus, de kermis en allerhande festivals. Enorme posters die bedoeld waren om op duizenden ‘billboards’ te plakken. Toen bedachten ze dat dit soort informatie ook best gedrukt kon worden in een tijdschrift. Zo was hun idee. Op 1 november 1894 verscheen voor de eerste keer hun Billboard Advertising, a monthly resume of all that is new, bright and interesting on the boards’.



Enkel de datum bleef

Die ene datum is bekend. Binnen de huidige redactie van ‘Billboard’ is er echter niemand meer die een notitieboekje kan vinden waarin alle datums omtrent ontstaan en ontwikkeling van Billboards hit-charts nauwkeurig werden vastgelegd. Algemeen wordt echter 4 april 1914 aangenomen als de datum waarop voor het eerst een vaste pagina verschijnt die lijkt op wat nu een hitlijst wordt genoemd. Zij het in nog vage contouren.

De bewuste pagina heette ‘Popular Songs Heard in Vaudeville Theaters Last Week’. Daarin vonden de theater Tip 10 uit New-York, Chicago en San-Francisco een plaatsje. Uiteraard was er toen nog geen sprake van enige rangorde en kwam er ook nog niemand binnen ‘met stip’.

Wijziging 

Acht jaar later, het was intussen 1922 geworden, werd de naam veranderd en heette diezelfde rubriek ‘Metropolian Mirth-Melody-Music’. Billboard voegde er toen ook al een soort tipparade aan toe: ‘The Billboard Song Hits: Reliable Guide to the Best Songs in the Catalogues of the Leading Music Publishers‘. Aan het eind van de jaren veertig kreeg de Billboard Hit-chart  meer het aanzien van een hitlijst, zoals we die tegenwoordig nog steeds kennen. 

Die lijst bleef namelijk niet langer beperkt tot bladmuziek. De helft van die vaste, wekelijkse pagina was dan gereserveerd voor de opgave van de meest gekochte platen. Die rubriek kreeg vervolgens de naam ‘Billboard Music Popularity Chart’.

Deze hitparade bestond uit een ‘National Top 10’, afgeleid van vier regionale bestseller-overzichten: die uit de South, de Midwest en de East- en Westcoast. Er waren daarnaast ook nog een soort tiplijst, gebaseerd op juke-boxes (‘coin machines’, zoals dat destijds heette), ‘Going Strong’; een overzicht van de meest gekochte bladmuziek en een ‘List of Songs with Most Radio Plugs’, een overzicht van platen die het meest gedraaid werden op de radio. 

Een lijstje van toen 

Op 27 juli 1940 zag de ‘Music Popularity Chart’, voor wat betreft de platentitels, er als volgt uit:

01) I’ll Never Smile Again – Tommy Dorsey
02) The Breeze And I – Jimmy Dorsey
03) Imagination – Glenn Miller Band
04) Playmates – Kay Kayser Band
05) Fools Rush In – Glenn Miller Band
06) Where Was I? – Charlie Barnet Band
07) Pennsylvania 6-5000 – Glenn Miller Band
08) Imagination – Tommy Dorsey Band
09) Sierra Sue – Bing Crosby
10) Make Believe Island – Mitchell Ayres

Glenn Miller en zijn band bezetten op Billboard’s hitparade van 27 juli 1940 liefst drie plaatsen onder de eerste tien. Een indruk van de stijl van Miller geeft zijn Pennsylvania 6-5000. (Zie video hieronder)

Big bands 

De platentitels maakten duidelijk dat in 1940 de swing-periode, begonnen in de vroege jaren dertig, nog in volle gang was. ‘Swing’ was de gangbare naam voor de jazz-stijl die in de vroege jaren dertig opkwam met de muziek van de ‘big bands’. Deze muziek was nauw verbonden met dansvormen als de ‘Lindy Hop’ en de ‘Jitterbug’. De stijl hield stand tot het midden van de jaren veertig. De meeste bands omvatten minstens tien muzikanten, waaronder veel ‘koperwerk’; drie of vier saxofonisten, drie trompetten en twee tot drie trombonisten.

Standaard was er een pianist, een gitarist, een bassist en een drummer. Vooral de laatsten zorgden voor de basisritmes waarop het publiek kon dansen. De overige instrumenten zorgden – vaak in solo-improvisaties – voor meer complexe melodische en ritmische structuren, waardoor het gevoel van ‘swing’ ontstond. Vanwege de populariteit van deze stijl worden de jaren dertig en veertig getypeerd als het tijdperk van de swing.

Trombone succeeds clarinet

‘Trombone Succeeds Clarinet…’ Ook in die periode waren er wisselingen van de wacht. Billboard’s hitparade van 1940 laat zien dat rond die tijd Glenn Miller erin slaagde om zijn ‘sound’ te laten doorbreken. Dat signaal had ‘Billboard’ de muziekbranche trouwens al enkele weken eerder doorgegeven.

Op 4 mei 1940 publiceerde het blad de resultaten van een enquête onder ruim honderd redacteuren van universiteitskranten. Hen werd naar de voorkeur gevraagd van de studentengeneratie van 1940 ten aanzien van maximaal drie bands. Dat onderzoek leidde tot deze kop en onderkop boven het bewuste artikel: ‘Miller New Campus King’ en ‘Trombone Succeeds Clarinet as Swing Emblem of College Youth’.

Trombonist, arrangeur en bandleider Glenn Miller triomfeerde dan ook duidelijk met 251,5 punten, gevolgd door de band van Kay Kayser met 82,5 punten en derde werd Tommy Dorsey met 57 punten. Van de andere, bijna veertig genoemde formaties scoorde het merendeel lager dan tien punten!

Andere bladen

Tegen die tijd was Billboard ook niet langer het enige blad met een hitparade. Ook andere tijdschriften zoals Down Beat Magazine, opgericht in 1935 en het Amerikaanse lijfblad van de ‘echte’ jazz-liefhebbers, hadden toen al populariteits-poll.

In dit geval was die gebaseerd op de keuzes van de lezers en de muziekjournalisten. Ook toen al maakten journalisten en fans subtiele onderscheidingen tussen en binnen genres. In 1940 maakte Down Beat voor haar lijsten bijvoorbeeld een onderscheid tussen ‘Swing’ en ‘Sweet’. Bands die in hun uitvoeringen meer complexe ritmische patronen benadrukten en uitgebreide en geïmproviseerde solo’s inlasten, werden als ‘Swing’, of als ‘Hot’ omschreven. Bleven deze elementen achterwege dan werden de muziek en de bands ‘Sweet’ genoemd. Net als tegenwoordig bleken die indelingen niet waterdicht.

Zo plaatsten de lezers van Down Beat Glenn Miller in 1940 op een tweede plaats achter Benny Goodman in de Swing-lijst en op een tweede plaats achter Tommy Dorsey op de Sweet-lijst. Het plotselinge succes van Glenn Miller was overigens mede te danken aan het feit dat hij in die tijd voor het sigarettenmerk Chesterfield een radioprogramma verzorgde, de ‘Moonlight Serenade’, dat drie keer per week door CBS werd uitgezonden.

Your hitparade

Sigaretten bleken ook van belang voor de introductie van de hitparade op de radio. Nu was het echter een ander merk Lucky Strike, dat de hoofdrol vertolkte. In 1935 besloot de sigarettenfabrikant George Washington Hill, die van Lucky Strike een succesvol merk had gemaakt, voor de radio het programma ‘Your Hit Parade’ te sponsoren. Een wekelijkse uitzending die van 20 april 1935 tot 7 juni 1958 liep.

Het programma presenteerde de top hits van de week gezongen door artiesten die als medewerkers aan de show verbonden waren. Onder hen vinden we onder meer de namen van Doris Day en Dinah Shore, en niet te vergeten Frank Sinatra die in februari 1943 tot het team toetrad.

Vanwege de sigaretten stond het programma bekend als de Lucky Strike Hit Parade. De uitzending had ook een eigen band en orkest; het Lucky Strike Orchestra. En natuurlijk was er reclame om en rond de liedjes. Bekend werd onder meer de jingle: ‘L-S-M-F-T – Lucky Strike Means Fine Tobacco, so round so firm so fully packed, so free’n easy on the draw’.

BMI versus ASCAP

Niet iedereen was overigens even blij met de opkomst van de hitparade op de radio. Vooral de grote muziekfirma’s die hun inkomsten te danken hadden aan de verkoop van platen en bladmuziek in gespecialiseerde winkels, zagen de ontwikkelingen niet goed zitten. Ze waren bevreesd dat het publiek aan de radio genoeg zou hebben en hun producten niet meer zouden kopen.

Met hun auteursrechten-organisatie de American Society of Composers, Authors and Publishers (ASCAP) ondernamen ze actie en ze verboden zelfs dat hun songs op de radio zouden worden gespeeld. Toen de rechter daar een stokje voor stak, dreigde de ASCAP haar prijzen voor de radiostations te verdubbelen.

De National Association of Broadcasters (NAB), de belangenorganisatie van de nationale radiostations, richtte in 1939 een eigen auteursrechten-organisatie op: Broadcast Music Incorporated (BMI). In 1940 riep de NAB een totale boycot uit van ASCAP-muziek. Alleen songs die geregistreerd waren bij de BMI, waren nog op de radio te horen. Het duurde even, maar uiteindelijk moest de ASCAP zich in 1941 gewonnen geven.

De strijd tussen BMI en ASCAP ging nog een aantal jaren door. Zelfs in 1960 werden deejays aangeklaagd en veroordeeld voor het aannemen van geld door BMI voor het draaien van hun platen. Dat was het zogeheten Payola-schandaal, maar daarmee raken we te ver verwijderd van ons onderwerp. Terug dus naar ‘Your Hit Parade’.

Een onderzoek

Lucky Strike’s Hit Parade trok al snel de aandacht van onderzoekers. De Amerikaanse socioloog John Gray Peatman nam het fenomeen begin van de jaren veertig al onder de loep. Hij enquêteerde het luistergedrag van het Amerikaanse publiek en liet zien dat over een periode van drie jaar, van de zomer 1939 tot de zomer 1942, de hitparade meer dan gemiddeld werd beluisterd.

Over de eerste maanden van 1942 stond 50% van de radio’s op dit programma afgestemd. De onderzoeker stelde ook vast dat de meeste luisteraars relatief jong waren, tussen de 18 en de 40, en dat het programma door mannen zowel als (iets meer) vrouwen werd gevolgd. Het merendeel van de luisteraars woonde in de stad en was relatief hoog opgeleid. Peatman berekende ook nog de omloopsnelheid van songs op’ Your Hit Parade’.

In de twaalf maanden tussen 5 april 1941 en 28 maart 1942 stonden er in totaal 66 songs op de hitladder. Theoretisch hadden dat er, zo merkte Peatman op, 52 keer 10, dus 520 kunnen zijn. Van die 66 bleken er bovendien 11 na één week alweer van het toneel te zijn verdwenen.

De gemiddelde levensduur van de andere songs kwam uit op 13 weken. Er bestaat, zo concludeerde Peatman, duidelijk een selecte groep van ‘hit songs’, de ‘songs die worden gefloten, geneuried en nagezongen door allerlei soorten mensen, of ze nu dansen, bladmuziek of platen kopen of niet’.

Via Armed Forces Radio Service

Net als veel andere radioprogramma’s werd ‘Your Hit Parade’ vertaald naar de televisie. In 1950 verscheen het voor het eerst op de beeldbuis, gepresenteerd door Andre Baruch en Del Sharbutt. Net een jaar eerder had het instituut van de hitparade ook de Nederlandse radio weten te bereiken.

Ook voor die tijd kon men in de Lage Landen het programma ‘Your Hit Parade’ volgen, aangezien het iedere dinsdagavond werd uitgezonden, via de middengolf door de ‘Armed Forces Radio Service’ in Duitsland, voor de aldaar gelegerde Amerikaanse soldaten.

Ook verzorgde de Nederlandse omroepvereniging KRO – zo valt te lezen in het muziekblad Tuney Tunes van november 1948 – al vlak na de Tweede Wereldoorlog zondagsavonds om kwart over acht een bespreking van de hitparade. Maar, in de zomer van 1949 kwam er een heuse Nederlandstalig gepresenteerde versie van de Amerikaanse lijst.

Eén keer per maand in Nederland

Op zaterdag 2 juli 1949 ging de destijds 27-jarige deejay – al heette dat beroep toen nog niet zo – Pete Felleman voor de microfoon van de VARA-radio zitten om voor de allereerste keer zijn eigen programma ‘Hitparade’ aan te kondigen. Hij begon met nummer achttien (!). Dat was ‘Bali Ha’i’, een song uit de musical South Pacific van Rodgers en Hammerstein, gezongen door Perry Como.

Tot voor die bewuste zaterdag hadden in Nederland nog maar weinigen daarvan gehoord. Iemand die het wel wist was Pete Felleman zelf. Logisch, want hij las Billboard. Felleman, die reeds als jongen een liefhebber werd van de Amerikaanse muziek en zich op het Amerikaanse muziekblad had geabonneerd, stelde de VARA voor om een programma samen te stellen dat op de hitlijsten uit dat blad was gebaseerd. Dat gebeurde en vanaf die dag liet Pete Felleman eens in de maand horen wat Amerika’s favorieten waren.

Vrienden bij de KLM

Omdat de grootste hits in de VS toen nog niet automatisch in Nederland werden uitgebracht, moest Felleman (foto) er zelf voor zorgen dat de muziek vanuit Amerika naar Nederland kwam. Hij schakelde daartoe zijn kennissen onder het KLM-personeel in. “Ik had hun vliegschema’s bij me thuis aan de muur hangen!” Hij vroeg hen steevast om de nieuwste platen uit de Billboard-radio-hitlijst in Amerika aan te schaffen, of op het vliegveld in ontvangst te nemen van een van zijn overzeese vrienden. Felleman: “Om de spanning op te voeren, begon ik de uitzending altijd met het nummer dat onderaan de lijst stond. Wanneer ik dan tenslotte nummer één had laten horen, kwamen de mensen hun huis uit en riepen: Die heeft gewonnen!”

Er is wrevel

Omdat de smaak van de gemiddelde Nederlandse liefhebber van populaire muziek niet zo heel veel bleek te verschillen van die van de Amerikanen, haalde Felleman zich ironisch genoeg het ongenoegen van de platenmaatschappijen op de hals. Het kwam namelijk herhaaldelijk voor dat een platenboer werd geconfronteerd met een klant die op zoek was naar een door Felleman gedraaide, maar in Nederland niet leverbare plaat.

Dan werden de platenmaatschappijen lastig gevallen met verzoeken muziek te leveren die ze niet hadden aangekocht. “Wij bepalen zelf wel wat we uitbrengen en we laten ons niets door een willekeurige programmamaker voorschrijven,” zo kreeg Felleman van een wrevelig gestemde directeur van een platenmaatschappij te horen. Later zouden de platenbonzen daar heel anders over gaan denken.

Overstap naar de platenmaatschappij

In 1957 keerde Capitol Records de zaak zelfs om door Pete Felleman als ‘labelmanager’ in dienst te nemen, waarmee een eind kwam aan ‘Hitparade’. Onder druk van Philips besloot de VARA namelijk dat het programma niet in handen kon blijven van een medewerker van Capitol. In de jaren zestig werd Felleman de promotor van Motown-groepen als Diana Ross en Stevie Wonder. In 1985, Felleman (foto uit 1993) was toen al met pensioen, keerde hij terug op de radio. Binnen het VPRO-programma ‘De Avonden’ verzorgde hij een korte jazz-rubriek.

Het eerste overzicht 

De eerste ‘Hitparade’ die door Pete Felleman werd uitgezonden was niet de meest recente lijst uit juli 1949, maar een overzicht van januari tot en met juni 1949. Achttien platen op rij. Dit zijn de eerste tien zoals Felleman die uitzond. De nummer 1 van de eerste hitparade op de Nederlandse radio was het liedje ‘Cruising Down The River (On A Sunday Afternoon)’. De song werd in het jaar 1945 ingezonden voor een nationale wedstrijd in het schrijven van liedjes. Eily Beadell en Nell Tollerton, twee bedaagde Engelse dames hadden het gecomponeerd en wonnen er de eerste prijs mee. De muziek van toen klonk duidelijk anders dan tegenwoordig. 

01) Cruising Down The River (On A Sunny Afternoon) – The Three Suns
02) Forever And Ever – Perry Como
03) Far Away Places – Dinah Shore
04) Red Roses For A Blue Lady – Vaughn Monroe
05) Riders In The Sky – Vaughn Monroe
06) Careless Hands – Mel Tormé
07) Again – Gordon Jenkins & His Orchestra
08) ‘A’ You’re Adorable (The Alphabet Song) – Perry Como & The Fontane Sisters
09) Powder Your Face With Sunshine – Doris Day & Buddy Clark
10) Sunflower – Frank Sinatra

Nederlands eerste Top 10 kwam overigens niet helemaal overeen met de lijst van Billboard. In die jaren was het namelijk nog heel gebruikelijk dat een populaire song tegelijkertijd door meerdere artiesten werd uitgebracht. Het was dus niet ongewoon dat er meerdere versies van een en hetzelfde liedje in de Billboard-lijsten stonden.

Meerdere versies

Niet al die versies bereikten dezelfde positie. In 1949 werd het nummer ‘Far Away Places’, geschreven door Alex Kramer en Joan Whitney, bijvoorbeeld uitgebracht in uitvoeringen van onder meer Perry Como, Bing Crosby, Margaret Whiting en Dinah Shore. De eerste twee bereikten beide een tweede plaats, de derde kwam op een vierde positie terecht. De uitvoering van Dinah Shore raakte niet verder dan een veertiende plaats.

Ook de versie van ‘Cruising Down The River’ door de The Three Suns werd in populariteit voorbijgestreefd door de uitvoeringen van Blue Baron en die van Russ Morgan. Felleman moest het dus duidelijk doen met de platen die hij voorhanden had. Of speelde zijn eigen voorkeur voor bepaalde artiesten hier een rol?

Meer programma’s

VARA’s Hitparade was overigens niet het eerste programma van Felleman. Hij begon zijn radioloopbaan bij dezelfde omroep met het roemruchte ‘Swing & Sweet from Hollywood & 52nd Street’, een serie waarin telkens een speciale artiest centraal stond. Daarna maakte hij ‘USA Cabaret’, waarin hij bij elke uitzending een bezoek aflegde aan een fictieve jazzclub.

Er speelde telkens een big-band op het podium, terwijl in de lounge nog een kleine formatie stond opgesteld. Met behulp van ingeblikt applaus, opnames van gelach en rinkelende glazen werd voor de luisteraars de sfeer gesuggereerd. Het was een populair programma, maar lang niet zo populair als zijn ‘Hitparade uit 1949.

Jean-Luc Bostyn, Hans Knot en Ger Tillekens

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

Kroniek van een bewogen muzikaal 1963 Muziektijdschriften boordevol hitparades en lijstjes Terug naar 1963. Veel kans dat u toen nog niet geboren was. Het is dan ook... vijfenvijftig jaar geleden. Alhoewel heel wat moderne media nog in hun kinderschoenen stonden of zelfs...
Hoe de radio het Witte Huis veroverde Nieuwe media bepaalden al vaker de politieke wereldg... Het was deze week (8 februari) precies 96 jaar geleden dat in het Amerikaanse Witte Huis voor het eerst een radiotoestel werd geïnstalleerd. President Warren G. Harding De z...
Toen radio de muziek uitvond Zeezenders stonden mee aan de wieg van de popbusiness Zeezenders, offshore radio, piraten. De begrippen zijn, ondanks het feit dat het fenomeen al enkele decennia niet meer bestaat, nog latent aanwezig. Niet enkel in deze mediakra...
FM: de bizarre geschiedenis van een lelijk radio-eendje Het wonderlijke én tragische leven... Hij lijkt op het eerste gezicht op een gewone hoogspanningsmast, maar in 1938 was deze «Armstrong Tower» de geboorteplaats van de FM. Hij staat in het stadje Alpine, in de Amerikaa...
DAB+ in de wereld: een actuele stand van zaken Vorige week maandag was er tijdens de IBC2017 Conferences in Amsterdam, het jaarlijkse feestje van al wat met broadcasting verband houdt, opnieuw een WorldDAB Session. De afgelopen...
Deel of print dit artikel
TVV Sound
TVV Sound
Spotlight

Reageer op dit artikel

avatar
  Inschrijven  
Abonneren op
Meer in Dossier
Hoe de radio het Witte Huis veroverde
Toen radio de muziek uitvond
Marina, het ‘foute’ zusje van Veronica
Het Samoyede-project: Belgische verzetsradio
Maak kennis met FMscan.org, de grootste zenderdatabase ter wereld
Podcasts: nieuw journalistiek medium
Sluiten