De pre-historie van de hitparade (deel 2) (audio) De doorbraak van de 'sound' van Glenn Miller

Leestijd: 3 minuten

In onze reeks ‘Dossiers’ voegen we sinds gisteren een uitgebreid essay toe. Op de laatste dag van 1999 maakte RadioVisie haar eigenzinnige keuze voor het ‘Radioprogramma van de Eeuw’ bekend. Het verzamelde redacteurengild liet het daar niet bij en koos ook nog voor onder meer het ‘belangrijkste programma-format van de eeuw’. Ze kwamen daarbij uit op een voor de hand liggend format: de hitparade.

Wijziging 

Acht jaar later, het was intussen 1922 geworden, werd de naam veranderd en heette diezelfde rubriek ‘Metropolian Mirth-Melody-Music’. Billboard voegde er toen ook al een soort tipparade aan toe: ‘The Billboard Song Hits: Reliable Guide to the Best Songs in the Catalogues of the Leading Music Publishers‘. Aan het eind van de jaren veertig kreeg de Billboard Hit-chart  meer het aanzien van een hitlijst, zoals we die tegenwoordig nog steeds kennen. 

Die lijst bleef namelijk niet langer beperkt tot bladmuziek. De helft van die vaste, wekelijkse pagina was dan gereserveerd voor de opgave van de meest gekochte platen. Die rubriek kreeg vervolgens de naam ‘Billboard Music Popularity Chart’.

Deze hitparade bestond uit een ‘National Top 10’, afgeleid van vier regionale bestseller-overzichten: die uit de South, de Midwest en de East- en Westcoast. Er waren daarnaast ook nog een soort tiplijst, gebaseerd op juke-boxes (‘coin machines’, zoals dat destijds heette), ‘Going Strong’; een overzicht van de meest gekochte bladmuziek en een ‘List of Songs with Most Radio Plugs’, een overzicht van platen die het meest gedraaid werden op de radio. 

Een lijstje van toen 

Op 27 juli 1940 zag de ‘Music Popularity Chart’, voor wat betreft de platentitels, er als volgt uit:

01) I’ll Never Smile Again – Tommy Dorsey
02) The Breeze And I – Jimmy Dorsey
03) Imagination – Glenn Miller Band
04) Playmates – Kay Kayser Band
05) Fools Rush In – Glenn Miller Band
06) Where Was I? – Charlie Barnet Band
07) Pennsylvania 6-5000 – Glenn Miller Band
08) Imagination – Tommy Dorsey Band
09) Sierra Sue – Bing Crosby
10) Make Believe Island – Mitchell Ayres

Glenn Miller en zijn band bezetten op Billboard’s hitparade van 27 juli 1940 liefst drie plaatsen onder de eerste tien. Een indruk van de stijl van Miller geeft zijn Pennsylvania 6-5000. (Zie video hieronder)

Big bands 

De platentitels maakten duidelijk dat in 1940 de swing-periode, begonnen in de vroege jaren dertig, nog in volle gang was. ‘Swing’ was de gangbare naam voor de jazz-stijl die in de vroege jaren dertig opkwam met de muziek van de ‘big bands’. Deze muziek was nauw verbonden met dansvormen als de ‘Lindy Hop’ en de ‘Jitterbug’. De stijl hield stand tot het midden van de jaren veertig. De meeste bands omvatten minstens tien muzikanten, waaronder veel ‘koperwerk’; drie of vier saxofonisten, drie trompetten en twee tot drie trombonisten.

Standaard was er een pianist, een gitarist, een bassist en een drummer. Vooral de laatsten zorgden voor de basisritmes waarop het publiek kon dansen. De overige instrumenten zorgden – vaak in solo-improvisaties – voor meer complexe melodische en ritmische structuren, waardoor het gevoel van ‘swing’ ontstond. Vanwege de populariteit van deze stijl worden de jaren dertig en veertig getypeerd als het tijdperk van de swing.

Trombone succeeds clarinet

‘Trombone Succeeds Clarinet…’ Ook in die periode waren er wisselingen van de wacht. Billboard’s hitparade van 1940 laat zien dat rond die tijd Glenn Miller erin slaagde om zijn ‘sound’ te laten doorbreken. Dat signaal had ‘Billboard’ de muziekbranche trouwens al enkele weken eerder doorgegeven.

Op 4 mei 1940 publiceerde het blad de resultaten van een enquête onder ruim honderd redacteuren van universiteitskranten. Hen werd naar de voorkeur gevraagd van de studentengeneratie van 1940 ten aanzien van maximaal drie bands. Dat onderzoek leidde tot deze kop en onderkop boven het bewuste artikel: ‘Miller New Campus King’ en ‘Trombone Succeeds Clarinet as Swing Emblem of College Youth’.

Trombonist, arrangeur en bandleider Glenn Miller triomfeerde dan ook duidelijk met 251,5 punten, gevolgd door de band van Kay Kayser met 82,5 punten en derde werd Tommy Dorsey met 57 punten. Van de andere, bijna veertig genoemde formaties scoorde het merendeel lager dan tien punten!

° Lees ook: De pre-historie van de hitparade (deel 1)

Morgen: deel 3

Jean-Luc Bostyn, Hans Knot en Ger Tillekens

Deel dit artikel
Belgian Radio Day
TVV Sound
Amptec
Spotlight
Broadcast Partners
Amptec

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *