Betalen om te luisteren (en te kijken) Van heel duur, naar een stuk eerlijker

Leestijd: 6 minuten

Eind jaren zestig van de vorige eeuw was het luisteren naar de radio en het kijken naar de televisie in Nederland aanzienlijk beperkter. Er waren drie Hilversumse radionetten en twee televisienetten. Verder was er in een aantal provincies, al dan niet met elkaar gekoppeld, sprake van regionale radio. Televisie, verzorgd door de regionale omroepen zou pas in de mid-jaren negentig van de vorige eeuw van start gaan.

Maar er werd volop gediscussieerd over de mogelijkheden van een bredere vorm van regionale radio en de invoering van regionale televisie, zoals op 9 oktober 1968. Het waren de toenmalige ministers Klompé, Bakker en Witteveen die de leden van de Tweede Kamer een nota hadden toegezegd over het standpunt van de regering ten aanzien van de educatieve en de regionale televisie- en radio-uitzendingen. Dit bleek uit de verschenen memorie van antwoord op het voorlopig verslag over de Wet op de Omroepbijdragen.


Lees verder onder de advertentie


In de memorie van antwoord werd een hogere kijkgeldheffing van bezitters van een kleurentelevisie-ontvanger van de hand gewezen. Dit zou, aldus de bewindslieden, niet stroken met het doel dat met de invoering van de kleurentelevisie was beoogd. Ten overvloede werd daarbij nog opgemerkt dat het hierbij niet alleen ging om ondernemersbelangen, maar vooral om het grote belang van de werkgelegenheid en de exportmogelijkheden.

Een groot deel van de productie van kleurentelevisies was in handen van Philips, die alle belang had bij hoge exportcijfers. De kleurentelevisie was in Nederland destijds nog maar net ingevoerd en bij lange na niet alle programma’s waren in kleur te zien. Er kon eerder gesproken worden van mondjesmaat. Bovendien was het totaal aantal uitzenduren via de twee televisienetten beperkt.

Hoe diende er te worden betaald?

Eens per kwartaal kwam er een rekening van de ‘Kijk en Luisterdienst’, waarbij verzocht werd deze uiterlijk op de vijftiende van de daarop volgende maand te voldoen via het loket van het postkantoor. Lang niet iedereen was in het bezit van een giro- of bankrekening. Bij mijn werkgever, het Provinciale Electriciteitsbedrijf voor Groningen, werd een groot deel van de salarissen nog contant uitbetaald. Afhalen bij mejuffrouw de Vries aan de ‘Kas’ of aangetekend toegestuurd krijgen van het salaris via de post was het toenmalige gebruik voor zij die geen giro- of bankrekening hadden.

De nota werd meestal een tijdje op de schoorsteenmantel in de kamer gezet tot het moment dat het echt op betalen aankwam. Hoe vaak ben ik niet, met de nota in de hand, op verzoek van mijn moeder naar het postkantoor geweest. Keurig kreeg je dan een strookje mee terug, voorzien van een speciale zegel en stempel, ter bewijs van betaling. Dit strookje werd dan achter het geluidsbox van de draadomroep gedaan. Immers als er controle van de ‘Kijk- en Luisterdienst’ kwam , diende het bewijs te worden getoond.

Het was de tijd dat er in Nederland nog lang geen sprake was van commerciële radio en televisiestations. Het geïncasseerde geld was ter financiering van wat we tegenwoordig de publieke omroepen noemen. Er was, hoewel op kleine schaal, reclame op radio en televisie, maar dat was bijlange na niet genoeg om de radio en televisie draaiende te houden. Trouwens ook heden ten dage dient het merendeel van financiering van de publieke omroep nog steeds uit de staatskas te komen. Zoals er veel veranderde in de jaren zestig van de 20ste eeuw, werd er ook gewerkt aan de omzetting van de kijk- en luisterbijdrage in de zogenaamde ‘Omroepbijdrage’. Dit was een verplichte bijdrage voor hen die in het bezit waren van een radio en/of televisie.

Een nieuwe wet



Per 1 januari 1969 trad de zogenaamde ‘Wet op de Omroepbijdragen’ in. Vanaf dat moment werd het merendeel van de Nederlandse bevolking geacht ook in het bezit te zijn van een giro- dan wel bankrekening. Aan voornoemde wet zaten nogal wat haken en ogen, zodat de brave burger nog beter gecontroleerd kon worden en bovendien verplicht werd nog meer geld af te staan aan de overheid. De omroepbijdrage bevatte ondermeer de regel dat er een vaste bijdrage per gezin of alleenwonende diende te worden betaald ten bedrage van f 75,00, dat via halfjaarlijkse inning diende te worden voldaan. Deze bijdrage was bestemd voor het in het bezit hebben van één of meerdere televisietoestellen, één of meerdere radiotoestellen en/of draadomroepaansluiting.

Deze regeling viel onder de categorie: Omroepbijdrage A. Veel mensen hadden in die tijd nog geen televisietoestel en dus was er ook een categorie B opgenomen. Met daarin zij die alleen in het bezit waren van één of meerdere radiotoestellen. Zij dienden minder te betalen, namelijk f 24,00 per jaar. Weliswaar onder de voorwaarde dat dit bedrag in één keer werd voldaan.

Met de nieuwe regeling verviel de afzonderlijke heffing voor het in het bezit hebben van een autoradio dan wel het in het bezit hebben van een radiotoestel dat buiten de woning werd meegenomen. Voorheen was het ook gebruikelijk dat de Nederlander die in het bezit was van een radio- en/of televisietoestel in een zogenaamde nevenwoning, zeg maar tuin- of vakantiehuisjes, een aparte bijdrage diende te betalen. Nieuw in de regeling was dat meerderjarige inwoners, dus diegene die ouder waren dan 18 jaar, en die in het bezit was van een eigen ontvangsttoestel in hun slaapkamer, een aparte bijdrage diende te gaan betalen.

De overheid dacht met de nieuwe regeling wel aan de personen die medio 1968 volgens de oude regeling een bijdrage hadden betaald. Daarin werd namelijk duidelijk rekening gehouden met het gegeven of de hoofdbewoner van een huis al dan niet had toegestaan of er meer dan één radio- en televisietoestel in het huis aanwezig waren. Was er een tweede of meerdere toestellen in huis aanwezig dan werden dezen apart belast.

De vrijstellingen en bestraffing

In een campagne van de Dienst Omroepbijdragen, die zowel in de landelijke als regionale kranten verscheen, werd dan ook aangekondigd dat diegene die in de loop van 1968 voor extra toestellen voor de periode van een jaar kijk- en luistergeld hadden betaald, een restitutie van te veel betaalde bijdrage medio 1969 konden verwachten. Ook was de regeling opgenomen dat diegene die om bepaalde redenen vrijstelling had gekregen van kijk- en luistergeld, deze ook automatisch zou krijgen van het betalen van de verplichte omroepbijdrage.

Het ging voornamelijk om gezinnen die om wat voor redenen dan ook in financiële problemen zaten en via de gemeentelijke weg vrijstelling van betaling hadden aangevraagd en verkregen. Wel werd duidelijk in de advertentiecampagne aangeven dat een hernieuwd verzoek tot vrijstelling van betaling van de verplichte omroepbijdrage twee maanden voor het einde van 1969 diende te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar men woonachtig was.

Uiteraard was er ook in de nieuwe wet opgenomen dat bepaalde groepen, onder bepaalde omstandigheden vrijstelling konden krijgen van de verplichte betaling van de Omroepbijdrage. Het ging vooral om blinden, slechtzienden en doven. Wel diende daarvoor een schriftelijk verzoek in te worden gediend aan de Dienst Omroepbijdragen, die destijds gevestigd was aan de Hofweg 3 in ’s Gravenhage.

Controle aan huis

Naast de omroepbijdrage voor gezinnen werd het in het bezit hebben van ontvangsttoestellen in kantoren, werkplaatsen, fabrieken, kantines, winkels en dergelijke apart belast. De campagne van de overheid had in de advertenties ook nog een goede raad voor diegene die meer dan één toestel in het bezit had. Zij moesten dit vooral melden daar, want als de controle ambtenaar aan huis kwam, en er waren meerdere toestelen aanwezig, dan een straf volgen. ‘Dit is bijzonder onverstandig! Zij riskeren een strafvervolging en zware boetes. Wij geven deze mensen een goede raad. Begin 1969 met een schone lei. Doe op het postkantoor aangifte’.

Met de start van een nieuwe eeuw werd per 1 januari 2000 de verplichte Omroepbijdrage naar het verleden gestuurd. De overheid haalde vanaf dat moment haar bijdrage aan de publieke omroepen uit de pot verplichte belastingen. Al betalen we dan mee aan de financiering, het gebeurt op een meer eerlijke manier als in het verleden. Maar hoe anders kan, zien we bij onze Oosterburen.

In Duitsland bestaat nog steeds de jaarlijkse bijdrage aan kijk- en luistergelden. Begin dit jaar werd bekend dat bepaalde groepen, zoals de doofblinden, wettelijk wel worden belast tot het betalen van de bijdrage, maar een verzoek tot vrijstelling kunnen indienen. Het bedrag van de gecombineerde heffing van het kijk- en luistergeld werd vanuit de overheid als niet overmatig genoemd. Het voorgestelde tarief zou slechts weinig gaan verschillen van de tarieven in Duitsland, Frankrijk en Italië.

Hans Knot

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

2008: Digitale frequenties via vergelijkende toets Acht pakketten voor DVB-T en drie voor ... Gisteren besliste de Vlaamse Regering welke pakketten van digitale frequenties ter beschikking zullen worden gesteld voor het uitwerken van een digitaal radio- en televisieaanbod v...
Het radiodagboek van 18 oktober – 290 (video) Ook dit had vandaag in jouw geschieden... De historie conserveren is de bedoeling van dit dagelijkse rubriekje waarin je alle opvallende gebeurtenissen uit de wereld van de vrije, de publieke, de commerciële en de zeezende...
2009: Radio Scorpio wordt vandaag 30 (video) Vaak dood verklaard, toch nog altijd springle... Radio Scorpio viert vandaag zijn dertigste verjaardag. 'Een prima gelegenheid om het luisterbereik te vergroten', oordeelde men en dus is 's lands oudste 'vrije zender' nu ook via ...
Het radiodagboek van 17 oktober – 289 (video) Ook dit had vandaag in jouw geschieden... De historie conserveren is de bedoeling van dit dagelijkse rubriekje waarin je alle opvallende gebeurtenissen uit de wereld van de vrije, de publieke, de commerciële en de zeezende...
De soldaten van de nationale omroep (audio) Verzoekprogramma werd kweekvijver voor radiota... In een ander stukje leest u vandaag over de theater revival van het ’Solatenhalfuurtje’. Het programma wordt er omschreven als legendarisch. Ouder luisteraars zullen dit zonder pro...
Het radiodagboek van 16 oktober – 288 (audio) Ook dit had vandaag in jouw geschieden... De historie conserveren is de bedoeling van dit dagelijkse rubriekje waarin je alle opvallende gebeurtenissen uit de wereld van de vrije, de publieke, de commerciële en de zeezende...
Deel of print dit artikel
TVV Sound
Spotlight
TVV Sound

Reageer op dit artikel

avatar
  Inschrijven  
Abonneren op
Meer in Retro
Telegraaf : 21 december 1978
2004: Talpa Radio International nieuwe eigenaar 4FM
De archieven van 21 december (355)
2000: Wie haalt de meeste punten bij meester Dirk?
De archieven van 20 december (354)
2003: Radio 77 moet verdwijnen
Sluiten